boeddhistisch studiecentrum

Study of some buddhistic topics (both Dutch and English)

Handvest van de Soka Gakkai International

HANDVEST VAN DE SOKA GAKKAI INTERNATIONAL

Wij, constitutieve organisaties en leden van de Soka Gakkai International (S.G.I. genoemd), stemmen in met het fundamentele doel en de missie, die erin bestaat bij te dragen tot de ontwikkeling van de vrede, de cultuur en de opvoeding, steunend op de filosofie en de idealen van het boeddhisme van Nichiren Daishonin.

Wij zijn ons ervan bewust, dat men op geen enkel ander moment in de geschiedenis van de mensheid een krachtiger naast elkaar bestaan gekend heeft van oorlog en vrede, discriminatie en gelijkheid, armoede en overvloed, dan in de 20e eeuw; dat de ontwikkeling van steeds meer verfijnde militaire technologieën, zoals bv. de nucleaire wapens, een situatie gecreëerd heeft waar het overleven zelf van de menselijke soort op het spel staat; dat de realiteit van gewelddadige etnische en religieuze zuiveringen een oneindige cyclus van conflicten tot gevolg heeft; dat het egoïsme van de mensen en de buitensporigheden problemen van wereldformaat voortgebracht hebben, namelijk de verloedering van het natuurlijk milieu en de verwijding van de economische kloof tussen de ontwikkelde landen en de ontwikkelingslanden, en dit met grote weerslagen op de collectieve toekomst van de mensheid.

Wij geloven, dat het Boeddhisme van Nichiren Daishonin, een humanistische filosofie die gebaseerd is op het grenzeloze respect voor de eerbiedwaardigheid van het leven en op een allesomvattend mededogen, de menselijke wezens in staat stelt, de inherente wijsheid te cultiveren en te laten opwellen en, de creativiteit van de menselijke geest voedend, het mogelijk zal maken, de moeilijkheden en de crisissen te overwinnen, waarmee de mensheid geconfronteerd wordt, om uiteindelijk een maatschappij van welvarend en pacifistisch samenleven te verwezenlijken.

Wij, constitutieve organisaties en leden van de S.G.I., zijn vastberaden, het vaandel hoog te houden van wereldburgerschap, van de geest van verdraagzaamheid en van respect voor de mensenrechten. Wij baseren ons op de humanistische geest van het boeddhisme en zijn vastbesloten de problemen, waarmee de mensheid op wereldniveau geconfronteerd wordt, te overwinnen door dialoog en concrete inspanningen. Wij steunen op een constante inzet voor geweldloosheid, en nemen dit handvest aan, dat volgende doelstellingen en principes bevestigt:

  1. De SGI verbindt er zich toe bij te dragen aan de vrede, de cultuur en de opvoeding voor het geluk en het welzijn van gans de mensheid, zich steunend op het boeddhistische respect voor de eerbiedwaardigheid van het leven.

  2. De SGI die zich baseert op het ideaal van wereldburgerschap, verbindt er zich toe de fundamentele mensenrechten te beschermen, zonder discriminatie t.o.v. eender welk individu en op eender welk terrein.

  3. De SGI zal de vrijheid van religie en de vrijheid van expressie in religieuze zaken respecteren en beschermen.

  4. De SGI zal de begrijpelijkheid van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin ontwikkelen langs uitwisselingen tussen de volkeren, en aldus bijdragen tot het geluk van elkeen.
  1. De SGI zal zijn leden aanmoedigen om via zijn opgerichte organisaties, als goede burgers bij te dragen aan het welzijn van hun respectievelijke maatschappijen.

  2. De SGI zal de onafhankelijkheid en de autonomie respecteren van de organisaties die ze opricht in overeenstemming met de condities die gelden in elk land.

  3. De SGI zal andere religies respecteren, steunend op de boeddhistische geest van verdraagzaamheid. Ze wenst een dialoog met hen aan te gaan, om samen de fundamentele problemen, waarmee de mensheid geconfronteerd wordt, op te lossen.

  4. De SGI zal de verscheidenheid van alle culturen respecteren, en culturele uitwisselingen steunen om derhalve een internationale gemeenschap van onderlinge verstandhouding en harmonie te creëren.

  5. De SGI zal de bescherming van de natuur en het milieu aanmoedigen, gebaseerd op het boeddhistische ideaal van symbiose.

  6. De SGI verplicht zich ertoe bij te dragen tot de promotie van de opvoeding, op zoek naar de waarheid, alsook tot de ontwikkeling van studiemogelijkheden om alle mensen toe te laten hun individueel karakter te cultiveren en van een voldaan en gelukkig leven te genieten.

Advertisements

Gongyo: Lotus Soetra: Nyorai ju-ryo-hon (…)

 

Nyorai ju-ryô-hon. Dai jû-roku.

 

Ji ga toku bur rai.

Sho kyô sho kosshu.

Muryô hyaku sen man.

Oku sai asôgi.

Jô seppô kyôke.

Mushu oku shujô.

Ryô nyû o butsu-dô.

Nirai muryô kô.

I do shujô ko.

Hôben gen nehan.

Ni jitsu fu metsu-do.

Jô jû shi seppô.

Ga jô jû o shi.

I sho jin-zû-riki.

Ryô tendô shujô.

Sui gon ni fu ken.

Shu ken ga metsu-do.

Kô kuyô shari.

Gen kai e renbo.

Ni shô katsu-gô shin.

Shujô ki shin-buku.

Shichi-jiki i nyûnan.

Isshin yok ken butsu.

Fu ji shaku shinmyô.

Ji ga gyû shuso.

Ku shutsu ryôjusen.

Ga ji go shujô.

Jô zai shi fu-metsu.

I hô-ben-rik ko

Gen u metsu fu-metsu.

Yo-koku u shujô.

Kugyô shingyô sha.

Ga bu o hi chû.

I setsu mujô hô.

Nyotô fumon shi.

Tan ni ga metsu-do.

Ga ken sho shujô.

Motsu-zai o kukai.

Ko fu i gen shin.

Ryô go shô katsu-gô.

In go shin renbo.

Nai shutsu i seppô.

Jin-zû-riki nyo ze.

O asôgi kô.

Jô zai ryôjusen.

Gyû yo sho jûsho.

Shujô ken kô jin.

Dai ka sho shô ji.

Ga shi do annon.

Tennin jô jûman.

Onrin sho dô-kaku.

Shuju hô shôgon.

Hôju ta keka.

Shujô sho yû-raku.

Shoten gyaku tenku.

Jô sas shu gi-gaku.

U mandara ke.

San butsu gyû daishu.

Ga jôdo fu ki.

Ni shu ken shô jin.

Ufu sho kunô.

Nyo ze shitsu jûman.

Ze sho zai shujô.

I aku-gô innen.

Ka asôgi kô.

Fu mon sanbô myô.

Sho u shu ku-doku.

Nyûwa shichi-jiki sha.

Sokkai ken gashin.

Zai shi ni seppô.

Waku-ji i shi shu.

Setsubutsu-ju muryô.

Ku nai ken bussha.

I setsu butsu nan chi.

Ga chi-riki nyo ze.

Ekô shô muryô.

Jumyô mushu kô.

Ku shugô sho toku.

Nyotô u chi sha.

Mot to shi shô gi.

Tô dan ryô yô jin.

Butsu-go jip puko.

 

Nyo i zen hôben.

I ji ô shi ko.

Jitsu zai ni gon shi.

Mu nô sek komô.

Ga yaku i se bu.

Ku sho kugen sha.

I bonbu tendô.

Jitsu zai ni gon metsu.

I jôken ga ko.

Ni shô kyôshi shin.

Hô-itsu jaku go-yoku.

Da o aku-dô chû.

Ga jô chi shujo.

Gyô dô fu gyô dô.

Zui ô sho ka do.

I ses shuju hô.

Mai ji sa ze nen.

I ga ryô shujô.

Toku nyû mu-jô dô.

Soku jôju busshin.

 

 

 

 

 

Sinds ik de boeddhastaat bereikte

telt het aantal kalpas die voorbij gingen

onmetelijke honderden, duizenden, tienduizenden,

miljoenen, triljoenen asamkhyas.

Voortdurend heb ik de Wet gepredikt,

ontelbare miljoenen levende wezens onderrichtend en bekerend,

opdat zij de weg van de Boeddha zouden volgen,

en dit gedurende onmetelijke kalpas.

Om levende wezens te redden

lijk ik, als een geschikt middel, nirvana binnen te treden,

maar in werkelijkheid sterf ik niet.

Ik ben altijd hier, de Wet predikend.

Ik ben altijd hier,

maar door mijn transcendentale krachten

maak ik dat mensen in hun verwarring,

mij niet zien, zelfs wanneer ik dichtbij ben.

Wanneer de menigte denkt dat ik overleden ben,

komen zij van wijd en zijd om mijn

relikwieën te vereren.

Allen verlangen zij naar mijn komst

en in gedachten hunkeren zij ernaar mij te zien.

Wanneer de mensen waarlijk gelovig, eerlijk en oprecht,

zachtaardig en vastberaden, standvastig wensen de

Boeddha te zien, niet twijfelend, zelfs al zou het hun

leven kosten, verschijn ik samen met mijn toegewijden

op de heilige Gierentopberg.

Op dat tijdstip vertel ik de levende wezens

dat ik altijd hier ben, en nooit sterf,

maar dat ik, omwille van de kracht van de geschikte middelen,

Ik soms de indruk geef gestorven te zijn, en soms niet,

en dat, indien er mensen zijn in andere landen,

die eerbiedig en oprecht hun wens uitdrukken om te geloven,

ik mij ook onder hen

de onovertroffen Wet zal prediken.

Maar daar hebt u niet van gehoord

En dus veronderstelt u dat ik dood ga.

Wanneer ik naar de mensen kijk,

zie ik hen verdrinken in een zee van lijden;

daarom toon ik mij niet,

terwijl ik wacht totdat zij vurig naar mij verlangen.

Dan, als hun geest gevuld is met verlangen,

verschijn ik en predik de Wet voor hen.

Zo werken mijn transcendentale krachten.

Gedurende ontelbare kalpas

heb ik voortdurend op de heilige Gierentopberg verbleven

en in verscheidene andere plaatsen.

Wanneer de mensen het einde van een kalpa aanschouwen,

en alles opgaat in een groot vuur,

blijft dit, mijn land, veilig en rustig,

voortdurend bevolkt met hemelse en menselijke wezens.

De gangen en paviljoenen in hun tuinen en hovingen

zijn versierd met verschillende soorten edelstenen.

Met juwelen bedekte bomen geven bloemen en fruit in overvloed,

waarvan de levende wezens rustig genieten.

De goden slaan op hemelse trommen,

voortdurend allerlei soorten muziek makend.

Het regent mandarava bloesems

op de Boeddha en de grote menigte.

Mijn zuiver land is niet verwoest,

en toch ziet de meerderheid het in vlammen opgaan,

met ongerustheid, angst en ander leed

wordt het overspoeld.

Deze levende wezens met hun veelvuldige misdrijven brengen,

door de oorzaken die voortvloeien uit hun slechte daden,

ontelbare kalpas door

zonder de naam van de Drie Schatten te horen.

Maar zij die verdienstelijke paden bewandelen,

zachtmoedig, vredelievend, eerlijk en oprecht zijn,

zullen mij allen hier zien,

persoonlijk de Wet predikend.

Soms beschrijf ik voor deze menigte

de levensspanne van de Boeddha als onmetelijk,

en aan hen die de Boeddha slechts na een lange tijd zien

leg ik uit hoe moeilijk het is de Boeddha te ontmoeten.

De kracht van mijn wijsheid is zo,

dat haar vernuftige stralen mateloos schijnen.

Deze levensspanne van ontelbare kalpas

heb ik verworven dank zij een zeer lange beoefening.

U, die veel wijsheid bezit,

koester hierover geen twijfels!

Verwerpt ze, beëindigt ze voor goed,

want de woorden van de Boeddha zijn waar, niet bedrieglijk.

Hij is als een behendig geneesheer

die een geschikt middel gebruikt om zijn verwarde zonen te genezen.

Feitelijk in leven zijnde, laat hij weten dat hij gestorven is

en toch kan niemand zeggen dat hij bedrieglijk sprak.

Ik ben de vader van deze wereld

die allen die lijden en gekweld zijn redt.

Omwille van de verwarring van de gewone mensen

zeg ik, alhoewel ik leef, dat ik gestorven ben.

Want als zij mij voortdurend zien,

wordt hun geest door hoogmoed en zelfzucht aangetast.

Hun zelfbeheersing verliezend, geven zij zich over aan de

vijf verlangens

en komen terecht in de slechte paden van het bestaan.

Altijd weet ik welke mensen

de Weg gebruiken en welke niet,

en volgens hun noden aan verlossing

predik ik hen verscheidene doctrines.

Ten alle tijden denk ik bij mezelf:

Hoe kan ik mensen er toe brengen

toe te treden tot de onovertroffen Weg

en vlug het lichaam van de Boeddha verwerven.

 

 

 

 

 

 

 

(GuyB)

Gongyo: Lotus Soetra: Hoben-pon. Dai ni.

 

 

Hôben-pon. Dai ni.

 

 

Ni ji seson. Jû-sanmai. Anjo

ni ki. Gô shari-hotsu. Sho-

but chi-e. jinjin muryô. Go

chi-e mon. Nange nannyû. Issai

shômon. Hyaku-shi-butsu. Sho

fu nô chi.

 

Sho-i sha ga. Butsu

zô shingon. Hyaku sen man noku.

Mushu sho butsu. Jin gyô

sho-butsu. Muryô dôhô.

 

Yûmyô shôjin. Myôshô fu mon.

 

Jôju jinjin. Mi-zô-u hô.

 

Zui gi sho setsu. Ishu nange.

 

 

Shari-hotsu. Go jû jô-butsu irai. Shuju innen. Shuju hiyu. Kô en gonkyô.

Mushu hôben. Indô shujô. Ryô ri sho jaku.

 

Sho-i sha ga. Nyorai hôben. Chiken hara-mitsu. Kai i gu-soku.

 

Shari-hotsu. Nyorai chiken. Kôdai jinnon.

Muryô muge. Riki. Mu-sho-i. Zenjô. Gedas. Sanmai. Jin nyû musai. Jôju issai. Mi-zô-u hô.

 

Shari-hotsu. Nyorai no. Shuju fun-betsu. Gyô ses sho hô. Gon-ji nyu nan. Ekka shushin.

 

Shari-hotsu. Shu yô gon shi. Muryô muhen. Mi-zô-u hô. Bus-shitsu jôju.

 

Shi Sharhotsu. Fu shu bu setsu. Sho-i sha ga. Bus sho jôju. Dai ichi ke-u. Nange shi hô.

Yui butsu yo butsu. Nai nô kujin. Shohô jissô.

Sho-i shohô. Nyo ze sô. Nyo ze shô. Nyo ze tai. Nyo ze riki. Nyo ze sa. Nyo ze in. Nyo ze en. Nyo ze ka. Nyo ze hô. Nyo ze honmak kukyô tô.

 

 

Op dat tijdstip onderbrak de Door de Wereld Geëerde kalm zijn samadhi (meditatie), en sprak tot Shariputra: “de wijsheid van de boeddha’s is oneindig diepgaand en onmetelijk. De poort die toegang tot deze wijsheid verschaft is moeilijk te begrjpen en moeilijk te betreden. Niet één van de stemmenhoorders of de pratyekabuddha’s is in staat om dit te bevatten.

 

Wat is hiervoor de reden? Een Boeddha heeft persoonlijk honderd, duizend, tienduizend, een miljoen, een ontelbaar aantal boeddha’s gevolgd en een onnoemelijk aantal religieuze beoefeningen volledig uitgevoerd.

 

Hij heeft zich moedig en krachtig ingespannen en zijn naam is universeel bekend.

Hij is zich bewust geworden van de Wet die diepgaand is en nog nooit eerder gekend,

en hij verkondigd deze Wet in overeenstemming met wat geschikt is en toch is zijn bedoeling moeilijk te begrijpen.

 

Shariputra, vanaf het moment dat ik boeddhaschap bereikte heb ik door middel van verschillende oorzaken en vergelijkingen mijn leerstellingen wijd verspreid.

Ik heb gebruik gemaakt van talloze geschikte hulpmiddelen om de levende wezens in de juiste richting te sturen, en hen te bewegen hun gehechtheid af te zweren.

Waarom is dit zo? Omdat de Aldus Gekomene volledig in bezit is van zowel geschikte middelen als de paramita van de wijsheid.

 

Shariputra, de wijsheid van de Aldus Gekomene is immens en diepgaand. Hij heeft onmetelijke compassie, onbegrensde welbespraaktheid, macht, onbevreesdheid, concentratie, emancipatie, en samadhi’s (meditaties) en hij is diep i het grenzeloze doordrongen en zich bewust geworden van de niet eerder bereikte Wet.

Shariputra, de Aldus Gekomene weet hoe hij verschillende soorten onderscheid kan maken en de leerstellingen deskundig uiteen kan zetten. Zijn woorden zijn zacht en vriendelijk en kunnen het hart van de bijeengekomenen verwarmen.

Shariputra, om het samen te vatten: de boeddha is zich volledig bewust geworden van de Wet die onbeperkt , grenzeloos en nooit eerder bereikt is.

Maar stop, Shariputra. Ik vertel niets meer. Waarom niet? Omdat hetgeen de Boeddha heeft bereikt, de meest zeldzame en moeilijk t e begrijpen Wet is.

De ware entiteit van alle verschijnselen kan alleen worden begrepen en gedeeld door Boeddha’s.

Deze realiteit bestaat uit de uiterlijke verschijningsvorm, aard,

wezen, kracht, invloed,

inherente oorzaak, relatie, latent gevolg,

zichtbaar gevolg en hun onderlinge samenhang van begin tot eind.

 

(GuyBae)

Links met enkele SGI-websites

Links met enkele SGI-websites:

http://www.sgi-bel.org/nl/       website van SGI België

http://www.sgi.org/                officiële website van de Soka Gakkai

                                             International

                                             met o.a.

                                             – de vredesvoorstellen van D. Ikeda

                                             – een introductie DVD over SGI

                                             – NGO resources :  DVD  ‘A Quiet Revolution’

                                             – interfaith (dialogen tussen verschillende religies)

http://www.sgi-lux.org/joomla/          website van SGI Luxemburg

http://www.sginl.org/                         website van SGI Nederland

http://www.daisakuikeda.org   Daisaku Ikeda, 3e president Soka Gakkai

                                             International

http://www.joseitoda.org         Josei Toda, 2e president Soka Gakkai

http://www.tmakiguchi.org      Tsunesaburo Makiguchi, 1e president Soka Gakkai

http://www.sgilibrary.org/        de geschriften van Nichiren Daishonin, de

                                             Lotus Soetra en de Mondeling 

                                             Overgeleverde Leerstellingen,

                                             allen volledig weergegeven met zeer

                                             handige zoekfunctie

                                             en een zeer uitvoerige woordenlijst

http://www.ikedaquotes.org/   met ‘Words of Wisdom’ door Daisaku Ikeda

http://www.sgiquarterly.org/   driemaandelijks tijdschrift van de SGI geeft informatie over de wereldwijde activiteiten van de SGI en voortreffelijke initiatieven en perspectieven m.b.t. vrede, opvoeding en cultuur.  De uitgedrukte standpunten zijn niet noodzakelijk deze van SGI

Studie “De Transmissie van de Boeddhistische Wet” of “Het doorgeven van Nam myoho renge kyo”

Studie “De Transmissie van de Boeddhistische Wet” of   Het doorgeven van Nam myoho renge kyo”

 

(We geven hier niet de ganse studie weer, zoals die op 12 januari 2014 in Brussel werd gegeven door Joëlle, Roslyn, Joseph en Dominique, maar enkel een paar hoofdgedachten.)

Boeddha Shakyamuni heeft even getwijfeld om de Wet aan anderen te verkondigen, toen hij zich er bewust van werd. Hij zou immers misprezen of zelfs vervolgd kunnen worden. Dit bewijst, dat Shakyamuni ook een gewone mens was en geen superwezen. De fundamentele duisternis was ook in hem aanwezig. Hij heeft die overwonnen en uiteindelijk beslist om de Wet te prediken.

Bodhisattva Fukyo wordt ook nog Nooit Misprijzende Bodhisattva genoemd. Hij boog voor iedereen die hij ontmoette, omdat hij in iedereen de Boeddhanatuur zag. Hij groette alle mensen, ook de tegenstanders en respecteerde iedereen. Een goede boeddhist doet hetzelfde. Wij zijn in feite allen Bodhisattva Fukyo.

Shariputra is het omgekeerde van Bodhisattva Fukyo. Toen Shariputra bijna de Verlichting bereikte, vermomde de Demon van de Zesde Hemel zich als blinde brahmaan en vroeg Shariputra om één van zijn ogen. Shariputra die een excellente leerling was van Boeddha Shakyamuni, was bereid een oog af te staan en gaf het aan de demon. De demon gooide het vol afschuw op de grond en trapte erop, zeggende dat het oog stonk. Shariputra was hierdoor zo geschokt, dat hij zijn geloof verloor en het boeddhisme opgaf. Hij werd overwonnen door zijn eigen innerlijke zwakte en geloofde niet meer in zijn eigen Boeddhanatuur.

Maar wie ondergaat de negatieve gevolgen van Shariputra’s gedrag? Niemand anders dan hijzelf!

Dus al word je slecht behandeld, zoals Shariputra, toch moet je je eigen geloof nooit opgeven. Blijf de Boeddhastaat in jezelf en de anderen zien. Neem zelf de beslissing tot de praktijk en hou tot het einde vol.

 

We ondernemen zelf actie tot het verspreiden van de Wet en het doorgeven van Nam-myoho-renge-kyo en kunnen dit op twee manieren doen:

Shoju = met zachte overreding

Shakubuku = streng weerleggen, d.w.z. zelf niet verzwakken en blijven zeggen: “Jij bent een Boeddha”. Nooit iemand afwijzen of verwerpen en zeker geen ruzie maken. Verkeerde opvattingen weerleggen we, omdat het lijden veroorzaakt. Wanneer we woede of frustratie voelen opkomen, bij het weerleggen, dan is het een goede oefening voor onszelf om ons geduld te oefenen. We dialogeren om de Waarheid aan het licht te brengen.

 

Wanneer we ons realiseren dat we Boeddha en Nam-myoho-renge-kyo zijn, kunnen we ons leven naar een hogere levensstaat brengen. Dat geldt ook voor onze vrienden aan wie we shakubuku doen.

Een geruststellende gedachte, is deze van de zgn. “Giftrommel”. Dit zegt het volgende: ook als iemand negatief reageert, hebben we toch zijn/ haar Boeddhastaat bereikt en het zaadje dat we geplant hebben, zal ontkiemen wanneer de tijd er rijp voor is. Blijf voor die persoon chanten en blijf hem/ haar respecteren!

Shakubuku doen is iemand een groot cadeau geven. Het is de grootste uiting van vriendschap. We wensen nl. dat die persoon het absolute geluk kan bereiken.

 

Het tijdperk ‘De Laatste Dagen van de Wet’, wordt ook het ‘Tijdperk van het Einde van de Wet’ genoemd. Het is een periode van twisten, gevechten, oorlogen, onenigheid enz. Het is in dit tijdperk dat Nichiren Daishonin, maar ook wij nu leven. In de Lotus Soetra is deze periode voorspeld. Zelfs de maatschappij, de ganse samenleving wordt corrupt. Het is zowel volgens Nichiren als volgens Shakyamuni de perfecte tijd om het boeddhisme te verspreiden en alle mensen te redden. Maar daarom is er een directe weg nodig naar de Boeddhastaat en naar het overwinnen van de fundamentele duisternis. Nichiren zocht zo’n directe weg en vond die in de Lotus Soetra: iedereen kan verlichting bereiken en gelukkig worden, eender welke tegenspoed er ook is. Nichiren Daishonin probeerde zijn tegenstanders uit medeleven hun ongelijk te laten inzien, omdat hun verkeerde opvattingen de mensen deden lijden. Hij was streng uit grote compassie, uit mededogen.

Respect tonen voor alle anderen, is onze eigen fundamentele duisternis overwinnen (egoïsme, woede, jaloezie, discriminatie, enz.). We moeten een sterke determinatie hebben, om dit te kunnen doen. We moeten de WIL hebben, alle anderen te respecteren en we maken zelf dit goede moment.

 

De Kamata campagne is de shakubuku-activiteit in de provincie Kamata. Sensei was toen nog jong en leerling van President Toda. Het was februari en dat is de geboortemaand van Nichiren Daishonin. De februarimaand werd zo de shakubuku-maand bij uitstek. In Japan had men zich voorgenomen, dat iedere groep twee families per maand zou introduceren tot het boeddhisme. Maar in Kamata, waar Sensei zich tot het uiterste inzette om iedereen aan te moedigen, waren het 201 families op 1 maand tijd! Dit heeft alle groepen enorm aangemoedigd en zo bereikten ze uiteindelijk de 750.000 gezinnen, zoals President Toda zich had voorgenomen, toen hij uit de gevangenis kwam.

Maar wat is nu het doel van met zovelen te zijn? De drijfveer is eenvoudig: niemand mag nog lijden, niemand mag nog slecht behandeld worden en iedereen kan zijn eigen lot in handen nemen en absoluut gelukkig worden. Dus zijn/ haar eigen dromen realiseren!

Zo heeft de jeugddivisie zich voorgenomen om dit jaar een grotere participatie aan de discussiemeetings te hebben.

Drie punten zijn belangrijk bij het shakubuku doen:

  • moed

  • dankbaarheid tonen t.o.v. wie ons introduceerde tot het boeddhisme en t.o.v. Sensei

  • oprechtheid bij het shakubuku doen

 

Wat kunnen we zeggen tegen iedereen die we willen shakubuku doen?

Het is uw missie absoluut gelukkig te worden in dit leven!

 

 

Het leven van Nichiren Daishonin

 Jeugdjaren

 Nichiren Daishonin werd geboren op 16 februari 1222 in het dorpje Kominato in het gebied Awa (de huidige prefectuur Chiba). Zijn ouders waren vissers.Toen hij elf jaar was werd hij aangenomen als leerling-monnik in Seicho-ji (tempel Seicho) vlak bij de berg Kiyosumi. In die dagen waren er geen scholen en deden de tempels dienst als leercentra. Als kind werd hij door zijn ouders Zennichimaro (Schitterende Zoon) genoemd.

Aanvankelijk behoorde Seicho-ji tot de Tendai School1 die de superioriteit van de Lotus Soetra onderwees. Later kwam het onder de invloedsfeer van de Shingon School2 met zijn mystieke rituelen, en daarna onder die van de Zuivere Land School3 die boeddha Amida vereerde. Toen Zennichimaro in Seicho-ji studeerde, heerste er dus veel verwarring in het boeddhisme over wat nu de ware of juiste leerstelling was.

De wijste persoon van Japan worden

Naarmate Zennichimaro met zijn studies vorderde, begon hij te twijfelen aan de boeddhistische leerstellingen en aan de invloed die deze op de maatschappij hadden. Hoe konden de door de Boeddha verkondigde leerstellingen aanleiding geven tot een dergelijke overvloed van verschillende scholen, die bovendien zulke tegengestelde beginselen aanhingen? En waarom moest Japan, ondanks vurige boeddhistische gebeden voor vrede, zoveel jaren van strijd en burgeroorlog doormaken? Aangezien geen enkele priester in Seicho-ji in staat was deze vragen te beantwoorden, bad Zennichimaro tot een beeld van bodhisattva Kokuzo4 om de wijste man van Japan te worden. In 1277 schreef Nichiren in een brief aan een volgeling: “Sinds mijn jeugd heb ik, Nichiren, nooit voor wereldse zaken gebeden, maar enkel mijn zinnen gezet om een boeddha te worden” (WND, 839). En in een nog latere brief schreef hij:

Al sinds mijn jeugd bestudeerde ik het boeddhisme met maar één gedachte in mijn hoofd. Het leven als mens is bedroevend vergankelijk. Men blaast zijn laatste adem uit zonder hoop op een nieuwe teug. Zelfs uit de wind geboren dauw voldoet niet om uitdrukking te kunnen geven aan deze vluchtigheid. Niemand, wijs of dwaas, jong of oud, kan aan de dood ontsnappen. Daarom was mijn enige wens dit eeuwige mysterie op te lossen. Al het andere was bijkomstig” (GZ, 1404).

De studiejaren

Tijdens zijn zoektocht naar de waarheid was Zennichimaro zich bewust van de noodzaak om zich alle belangrijke boeddhistische teksten en commentaren grondig eigen te maken. Om die reden bestudeerde hij zowel de leerstellingen van de Acht scholen5 als de latere Zen- en Jodo-scholen. Op 8 oktober 1237 werd hij door Dozen-bo, de hoofdpriester van Seicho-ji, tot priester gewijd en vanaf die dag noemde hij zichzelf Zesho-bo Rencho.6

Rencho bleef nog een poos in Seicho-ji maar vertrok vermoedelijk in de lente van 1239 op zeventienjarige leeftijd naar Kamakura om daar zijn studie voort te zetten. Kamakura was het centrum van het shogoenaat, de militaire regering van Japan; het keizerlijke hof zetelde in de oude hoofdstad Kyoto waar zich ook het merendeel van de culturele activiteiten afspeelde. Drie jaar lang studeerde Rencho in de tempels van Kamakura, maar ondanks al zijn inspanningen slaagde hij er niet in de antwoorden op zijn vragen te vinden. Teleurgesteld keerde hij in de lente van 1242 naar Seicho-ji terug, maar al snel vertrok hij opnieuw, ditmaal naar Nara en Kyoto.

De tempels van Nara en de kloosters op de bergen Hiei en Koya7 vlakbij Kyoto waren de toenmalige universiteiten van Japan. Priesters kwamen er naar beroemde priesters luisteren of bestudeerden er leerstellingen van andere boeddhistische scholen.

Rencho bracht twaalf jaar in deze tempels door en las alle belangrijke boeddhistische teksten die hij maar kon lezen. In zijn ‘Brief aan de broers’, geschreven op 16 april 1275 te Minobu, zegt hij:

Toen ik toegang kreeg tot de soetraschatkamer en haar volledige verzameling bestudeerde, ontdekte ik dat er twee versies van de soetra’s en verhandelingen bestaan die tussen het tijdperk Yung-p’ing van de Late Han-dynastie en het einde van de T’ang-dynastie naar China zijn gebracht. Er waren 5.048 delen van de oudere vertalingen en 7.399 delen van de nieuwere vertalingen. Elke soetra beweerde, op grond van haar inhoud, dat het de hoogste leer was. Uit nader onderzoek blijkt echter dat de Lotus Soetra even superieur is ten opzichte van alle andere soetra’s als de hemel ten opzichte van de aarde. Zij torent boven hen uit als een wolk boven de grond. Als we andere soetra’s zouden vergelijken met sterren, dan is de Lotus Soetra als de maan. Als zij als toortsen, sterren of de maan zijn, dan is de Lotus Soetra zo helder als de zon” (WND, 493).

Na zo’n veertien jaar studie was hij er ten slotte van overtuigd dat Shakyamuni’s hoogste leer alleen in de Lotus Soetra te vinden was. Bovendien besefte hij dat hij, Rencho, in deze wereld geboren was om de in de Lotus Soetra voorspelde leer te onthullen; de leer waarmee alle mensen in staat zijn verlichting in het Laatste Tijdperk van de Wet te bereiken.

De verkondiging van Nam-myoho-renge-kyo

Toen Rencho na lange jaren van studie terug­keerde, waren de priesters van Seicho-ji gebrand om door hem onderricht te worden. Zijn oude meester Dozen-bo was bijzonder trots op de jongeman die zich zo vastberaden had ingespannen en met zijn studie verder was gekomen dan hij ooit in staat zou zijn geweest. Om zijn terugkomst te vieren en te ontdekken hoe diep zijn kennis gevor­derd was, organiseerden de priesters een bijeen­komst met de locale hoogwaardigheidsbekleders waarbij Rencho een voordracht zou houden.

In de vroege ochtend van 28 april 1253 chantte Rencho voor het eerst Nam-myoho-renge-kyo en hiermee verschafte hij aan alle toekomstige genera­ties de sleutel tot de schat van verlichting die in het hart verborgen ligt.

Later die dag verzamelde zich een groot gezel­schap stipt op afgesproken tijdstip en plaats: het binnenhof van de Jibutsu-do van Seicho-ji. Om twaalf uur ’s middags verscheen Rencho, reciteerde drie maal Nam-myoho-renge-kyo en verklaarde dat dit de enige leer was waarmee mensen in het Laatste Tijdperk van de Wet verlichting konden bereiken. De toehoorders waren totaal verrast – niemand had ooit van deze aanroeping gehoord.

Rencho verklaarde daarop dat hij een nieuwe naam had gekozen: Nichiren (Zon Lotus), en begon daarna de vier invloedrijkste boeddhistische scholen van die tijd te weerleggen. Nembutsu, zei hij, leidde mensen naar de Hel van onophoudelijk lijden, in plaats van naar een paradijs na de dood. Van Zen, dat onvoorwaardelijk alle soetra’s verwierp en zeer populair was bij de samoeraiklasse van Kamakura, zei hij dat het “de leer van duivels” was; het esoterisme van Shingon hekelde hij als “de ondergang van de natie”; en de dwalingen van de Ritsu School noemde hij “verraderlijk” – op basis van Shakyamuni’s Agama-leerstellingen leerde Ritsu dat iemand die op zoek was naar verlichting talloze voorschriften en gedragsregels in acht moest nemen.

Met deze vier weerleggingen – de zogenaamde vier dicta – verklaarde Nichiren Daishonin8 in feite dat geen van de bestaande boeddhistische scholen in staat was de mensheid te redden, en dat het in praktijk brengen van hun leerstellingen de samenleving alleen maar lijden opleverde.

Misschien waren er een paar mensen onder de toehoorders die door Nichirens woorden geraakt werden, maar begrijpen deed niemand hem. Op 28 april 1253 opende Nichiren Daishonin voor de mensheid de weg naar eeuwig geluk, bereid om de confrontatie met onbegrip en vervolging aan te gaan. Zowel onbegrip als vervolging begonnen diezelfde dag nog.

Tussen het gehoor bevond zich een vazal van de beheerder van het gebied, Tojo Kanegobu, een vurig aanhanger van de Zuivere Land School. Toen deze aan zijn meester vertelde dat Nichiren had voorspeld dat iedereen die de Nembutsu beoefende in de Hel van onophoudelijk lijden terecht zou komen, gaf Tojo onmiddellijk het bevel de jonge arrogante priester te arresteren. Dozen-bo werd opgedragen Nichiren uit te leveren, maar deze had de Daishonin al geadviseerd om de tempel zo snel mogelijk te verlaten. In gezelschap van twee priesters, Joken-bo en Gijo-bo, ontsnapte Nichiren via een sluipweg en vertrok naar Shoren-bo, een kleine tempel waar hij een tijdje onderdook.

In de zomer van 1253 vertrok Nichiren naar Kamakura en nam zijn intrek in een kleine kluizenaarshut te Matsubagayatsu. De eerste volge­ling van Nichiren Daishonin diende zich al na een paar maanden aan: Joben, een priester op doorreis, die zijn naam na zijn bekering veranderde in Nissho; later werd hij de oudste van de zoge­naamde zes oudere priesters. Anderen zouden snel volgen. Sommigen waren priesters, zoals de twaalfjarige novice die zich later Nichiro noemde, ook een van de zes oudere priesters. Anderen behoorden tot samoeraifamilies, zoals Toki Goro Tanetsugu die later de lekenpriester Toki Jonin werd. Onder die eerste volgelingen bevonden zich ook Shijo Kingo, Kudo Yoshitaka en Ikegami Munenaka.

 
Rissho ankoku ron – ‘Over het vestigen van de juiste leer voor vrede in het land’

In deze periode werd het land geteisterd door hongersnood en epidemieën. Volgens de verslagen van die tijd, zoals de Azumakagami9, volgden vanaf 1257 tot 1260 buitengewone natuurverschijnselen elkaar op. Na de grote aardbeving van Kamakura in mei 1257 werd het gebied voortdurend opge­schrikt door aardschokken die uiteindelijk resulteerden in de grote aardbeving van augustus, gevolgd door die van november. Kamakura werd in augustus 1258 getroffen door verwoestende rukwinden en Kyoto door een orkaan die enorme schade toebracht aan de graanoogst. In oktober 1258 viel er een enorme stortbui op Kamakura, die een overstroming veroorzaakte; talloze mensen verloren het leven en een groot aantal huizen werden verwoest.

Volgens gebruik kondigde de regering in maart 1259 het begin van een nieuw tijdperk aan in een poging het tij te keren. Het had totaal geen effect en in april 1260 deed de regering hetzelfde; diezelfde maand nog werd Kamakura getroffen door een grote, verwoestende brand, en in juni door stormen en overstromingen.

In 1258 ging Nichiren Daishonin naar Jisso-ji, een tempel in Iwamoto die alle soetra’s van Shakyamuni in haar bezit had. Daar ontmoette hij een twaalfjarige novice, Hoki-bo, die de gelegen­heid kreeg hem te dienen en al snel het verlangen kenbaar maakte om zijn volgeling te worden. Na verloop van tijd zou hij Nichiren Daishonins onmiddellijke opvolger worden.

De Daishonin raadpleegde alle soetra’s in de bibliotheek van Jisso-ji op zoek naar de funda­mentele oorzaak en oplossing voor het menselijk lijden, met name het lijden van het Japanse volk op dat moment. Zijn conclusie was dat het ongeluk van de natie te wijten was aan de veronachtzaming en laster van de Lotus Soetra. Het (3e) hoofdstuk ‘Parabels’ van de Lotus Soetra bijvoorbeeld, heeft het over het belang van “het accepteren van geen enkel vers van andere soetra’s”. Ook op andere plaatsen maakt Shakyamuni duidelijk dat zijn fun­damentele leerstellingen alleen in de Lotus Soetra te vinden zijn. Alle toenmalige boeddhistische scholen in Japan, met uitzondering van de Tendai School, baseerden zich op Shakyamuni’s voorlo­pige leerstellingen die vóór de Lotus Soetra uiteen­gezet waren. Zelfs de Tendai School, die zich van oorsprong op de Lotus Soetra baseerde, was bezoedeld met Ware Woord- en Zuivere Land-leerstellingen.

Nichiren Daishonin vatte zijn onderzoeksresul­taten samen in een verhandeling met de titel Rissho ankoku ron, oftewel ‘Over het vestigen van de juiste leer voor vrede in het land’. Op 16 juli 1260 stuurde hij deze verhandeling naar Hojo Tokiyori, de regent in ruste maar in politiek opzicht nog steeds de invloedrijkste persoon in Japan. De Rissho ankoku ron is bekend als Nichiren Daishonins eer­ste protest tegen de regering en begint met een beschrijving van de ellende van het tijdperk:

Er was eens een reiziger die de volgende bezorgde woorden sprak tot zijn gastheer: Er zijn de laatste jaren ongewone verschijnselen aan de hemel waar­genomen en vreemde gebeurtenissen hier beneden; er heersen hongersnood en epidemieën die elke uithoek van het rijk bedreigen en zich door het hele land verspreiden. Er liggen dode ossen en paarden in de straten en de hoofdwegen liggen bezaaid met het gebeente van hen die gestorven zijn. Meer dan de helft van de bevolking is al overleden en in elke familie wordt wel om iemand gerouwd.”

Nichiren Daishonin was ervan overtuigd dat de fundamentele oorzaak van de rampen gelegen was in het feit dat iedereen, ‘van de heerser tot de meest nederige’, zich verzette tegen of onbekend was met de leer van de Lotus Soetra. De grootste kritiek had hij met name op Honen, de oprichter van de Zuivere Land School, een tak van het Amida Boeddhisme dat in Japan een grote populariteit genoot.

Met gebruikmaking van citaten uit de Grote Verzameling Soetra (Daijukkyo kyo) en de Medicijnmeester Soetra (Yakushi kyo) die uitgebreid ingaan op de ‘Drie catastrofen en zeven rampen’10 voorspelt Nichiren Daishonin dat als men de ware leer, Nam-myoho-renge-kyo, bleef verwerpen, er een burgeroorlog zou uitbreken en het land aange­vallen zou worden door een buitenlandse mogend­heid, twee rampen die Japan totnogtoe bespaard waren gebleven.

Nichiren Daishonin was zich er terdege van bewust dat hij vervolgd zou worden als hij de Rissho ankoku ron aan Hojo Tokiyori zou aanbieden, maar omdat hij zoveel mededogen voor de mens­heid had, deed hij het toch. Het lijden van anderen beschouwde hij als zijn eigen lijden. Vervolging liet inderdaad niet lang op zich wachten; priesters en aanhangers van de Zuivere Land School begonnen actie te ondernemen tegen Nichiren en zijn volgelingen.

De Vervolging te Matsuba­gayatsu en de Verbanning naar Izu

In de nacht van 27 augustus 1260 bestormden een paar honderd Nembutsu-aanhangers het huisje van Nichiren Daishonin met de bedoeling hem te vermoorden. De aanstichter van deze actie was Hojo Shigetoki, de vader van de huidige regent Hojo Nagatoki en zelf een Zuivere Land-aanhanger, met ondersteuning van een aantal priesters van de Zuivere Land School. Nichiren Daishonin slaagde er gelukkig in te ontsnappen en hij zocht toevlucht bij een van zijn volgelingen, Toki Jonin.

Ondanks het gevaar ging Nichiren de volgende lente terug naar Kamakura en, vurig verlangend om het Japanse volk bewust te maken van de waarheid van het boeddhisme, begon hij opnieuw zijn leer te verkondigen.

Toen de Zuivere Land-priesters zagen dat Nichiren steeds meer aanhangers kreeg, bleven zij hem in de ogen van de overheid belasteren en eis­ten maatregelen. Dit keer hadden ze meer succes. De regent zelf, Hojo Nakatoki, ondersteunde hun beschuldigingen en op 12 mei 1261 verbande de regering Nichiren Daishonin zonder enige vorm van rechtspraak naar Ito, een bolwerk van de Zuivere Land School op het schiereiland Izu.

Toen de groep op het strand van Ito aankwam, vertrokken de bewakers van Nichiren en lieten hem aan zijn lot achter. Ondanks de vijandigheid die men doorgaans voor bannelingen voelde, werd Nichiren Daishonin in bescherming genomen door de visser Funamaori Yasuburo en zijn vrouw. Later werden zij zijn volgelingen. Dit geeft duidelijk aan dat Nichiren Daishonin grote genegenheid voelde voor gewone mensen, een gevoel dat tijdens zijn leven steeds meer beantwoord werd. Toen de plaatselijke beheerder ziek werd, begon Nichiren te bidden voor zijn gezondheid; de beheerder herstelde en ook hij werd zijn volgeling.

In februari 1263, na bijna twee jaar verbanning, kreeg de Daishonin gratie. In de gosho ‘Over de vervolgingen die de wijze treffen’ zegt hij daarover het volgende: “(…) de lekenpriester van Saimyo-ji [Hojo Tokiyori 1227-63], die nu overleden is, en de priester-vorst [Hojo Tokimune 1251-84] verleen­den mij gratie toen zij ontdekten dat ik onschuldig was aan de beschuldigingen tegen mij” (WND, 997). Bovendien had Hojo Tokiyori waarschijnlijk begrepen waarom Nichiren Daishonin hem in 1260 de Rissho ankoku ron had gestuurd; ook hij wilde het Japanse volk verdere rampen besparen. Toen de Daishonin eenmaal gratie ontvangen had, keerde hij naar Kamakura terug.

De Vervolging te Komatsubara

Toen Nichiren Daishonin in de herfst van 1264 vernam dat zijn moeder ernstig ziek was, besloot hij voor het eerst in tien jaar Awa te bezoeken. Zijn vader was al in 1258 overleden.

Verheugd dat de Daishonin na zo’n lange tijd terug zou komen, nodigde zijn volgeling Kudo Yoshitaka hem thuis uit in Amatsu. Op 11 november 1264 viel de Daishonin met zijn metge­zellen bij het plaatsje Komatsubara in een hinder­laag, opgezet door zijn oude vijand Tojo Kagenobu, de plaatselijke bestuurder. Yoshitaka en een paar dienaren snelden te hulp om hun meester te beschermen, maar de overmacht was te groot; Yoshitaka en een zekere Kyonin-bo werden gedood, Nichiren Daishonin zelf werd aan het voorhoofd door een zwaard verwond en brak zijn linkerarm. Desondanks slaagde hij er opnieuw in te ontsnappen. Dit voorval staat bekend als de Vervolging te Komatsubara.

Nichiren Daishonin keerde begin 1268 terug naar Kamakura. In januari was er een Mongoolse gezant aangekomen; Japan moest trouw zweren aan het Mongoolse rijk op straffe van invasie. De gezant werd met lege handen teruggestuurd en de Japanse regering begon zich op te maken voor de strijd. Dit bevestigde Nichiren Daishonins voor­spelling in de Rissho ankoku ron over de aanval van buitenlandse mogendheden.

In april 1268 stuurde Nichiren Daishonin aan een actief regeringslid ‘De redenen voor het schrij­ven van Over het vestigen van de juiste leer voor vrede in het land’. Daarin legt hij de omstandighe­den uit die leidden tot het schrijven van de Rissho ankoku ron, en herinnert hij het shogoenaat eraan wat zijn conclusies waren:

Nu, negen jaar nadat ik mijn memorandum [aan de lekenpriester van Saimyo-ji] aanbood, in de tussen­gevoegde eerste maand van dit jaar [1268], is deze officiële brief uit het grote koninkrijk Mongolië aangekomen. De gebeurtenissen zoals die hebben plaatsgevonden, komen net zo nauwkeurig met de voorspellingen in mijn memorandum overeen als de twee helften van een merkteken” (WND, 163).

In oktober stuurde Nichiren brieven naar elf hooggeplaatste politieke en religieuze leiders, waarin hij erop wees dat zijn voorspellingen waren uitgekomen. Hij stelde voor een openbaar religieus debat te organiseren om de geldigheid van zijn leerstellingen te bewijzen. Zijn verzoek werd gene­geerd. Nichiren Daishonin was een erudiet man, reden genoeg voor de religieuze leiders van Kamakura om geen debat met hem aan te gaan. Hij wist echter dat er nog een reden was voor hun weigering. Het 13e hoofdstuk van de Lotus Soetra was daar heel duidelijk in: “Deze boosaardige mensen die voortdurend uit zijn op materieel gewin, zullen zich voordoen als eerbiedwaardige monniken” (LS13, 194).

Kortom, hij wist dat hij met huichelaars te doen had die leerstellingen verkondigden die zijzelf niet in praktijk konden of wilden brengen.

 

De tweede waarschuwing aan de regering

In 1271 heerste er in Japan een ernstige droogte en de regering verzocht Ryokan, hoofdpriester van de Ware Woord-Voorschriften School, te bidden voor regen. Toen Nichiren Daishonin dit hoorde, daagde hij Ryokan openlijk uit: hij zwoer dat als Ryokan erin slaagde het binnen zeven dagen te laten regen, hij zijn leerling zou worden. Als Ryokan echter faalde, dan moest hij openlijk toegeven dat hij een bedrieger was, een priester die verkeerde leerstellingen verkondigde, en volgeling van de Daishonin worden. Overtuigd dat hij zou winnen, nam Ryokan de uitdaging aan. Zijn gebe­den hielpen echter niets en hij moest de vernede­ring onder ogen zien. In plaats dat hij zich bekeerde, smeedde hij echter een complot om zich van zijn rivaal te ontdoen. Gevierd als groot humanist en meest vooraanstaande boeddhistische geleerde van de stad, vond hij Nichiren Daishonins voortdurende uitdagingen en kritiek onverdraaglijk. Samen met zijn aanhangers begon hij valse en kwaadaardige geruchten over de Daishonin te verspreiden onder de vrouwen van de hoogwaar­digheidsbekleders.

Zijn tactiek wierp vruchten af. Op 10 september 1271 werd Nichiren Daishonin ontboden en door Hei no Saemon, plaatsvervangend hoofd van het bureau voor militaire- en politiezaken (aan het hoofd stond de regent), aan een kruisverhoor onderworpen. Nichiren Daishonin herhaalde zijn voorspelling dat, als men de ware Wet bleef lasteren, de natie haar ondergang tegemoet zou gaan. Deze ontmoeting staat bekend als het tweede protest tegen de regering (de eerste was de Rissho ankoku ron). In de gosho ‘De daden van de aanhanger van de Lotus Soetra’ waarschuwt Nichiren Hei no Saemon als volgt:

 “‘Als u in dit land vrede en veiligheid wilt bewaren, dan is het absoluut noodzakelijk dat u de priesters van de andere scholen oproept voor een debat in uw aanwezigheid. Als u dit advies naast u neerlegt en mij namens hen een onredelijke straf oplegt, zal het gehele land uw besluit berouwen. Veroordeel mij, en wijs daarmee de gezant van de Boeddha af (…).’ Toen Hei no Saemon dit hoorde, vergat hij de waar­digheid van zijn rang en barstte in woede uit net als de grote onderminister en lekenpriester [Taira no Kiyomori]” (WMD, 765).

Geen wonder dat de bijeenkomst eindigde zonder een akkoord.

 

De Vervolging te Tatsunokuchi

Maar Hei no Saimon was nog lang niet klaar met Nichiren Daishonin. In de nacht van 12 september 1271 arresteerde hij Nichiren met zijn gewapende soldaten. Ze behandelden hem als een verrader en namen hem mee naar het strand van Tatsunokuchi, een executieterrein vlakbij Kamakura. Hei no Saemon had op eigen initiatief besloten Nichiren Daishonin onmiddellijk te laten onthoofden.

Onderweg naar Tatsunokuchi passeerden ze het heiligdom van Hachiman, een van de beschermgo­den van Japan. De Daishonin eiste dat ze allemaal een moment zouden wachten. De soldaten gehoorzaamden en hij begon Hachiman onmiddellijk te berispen:

“‘Grote Bodhisattva Hachiman, bent u werkelijk een god? (…) Ik, Nichiren, ben in heel Japan de belang­rijkste aanhanger van de Lotus Soetra en geheel onschuldig (…). Toen boeddha Shakyamuni de Lotus Soetra uiteenzette, kwamen boeddha Vele Schatten en de boeddha’s en bodhisattva’s van de tien richtingen bijeen, stralend als zovele zonnen en manen, sterren en spiegels. In de aanwezigheid van de ontelbare hemelse goden en de welwillende goden en wijzen van India, China en Japan, drong boeddha Shakyamuni er bij iedereen op aan schrif­telijk te beloven de aanhanger van de Lotus Soetra te allen tijde te beschermen. Stuk voor stuk hebt u, goden, deze plechtige gelofte gedaan. Daar hoef ik u toch niet aan te herinneren. Waarom verschijnt u niet onmiddellijk om uw plechtige eed gestand te doen?’ Ten slotte riep ik uit: ‘Als ik vannacht terechtgesteld word en naar het Zuivere Land van Adelaarstop vertrek, zal ik zonder enige aarzeling boeddha Shakyamuni, de heer van de leerstellingen, vertellen dat de Zonnegodin en de grote bodhisattva Hachiman hun eed aan hem hebben gebroken. Als u daar moeite mee hebt, zou ik er maar zo snel mogelijk iets aan doen!’” (WND, 767).

Na deze woorden steeg Nichiren Daishonin weer te paard en het gezelschap vervolgde zijn weg naar Tatsunokuchi. Onderweg voegden Shijo Kingo11 en zijn drie broers zich bij hen. Hij hield de teugels van Nichirens paard vast tot ze het executieveld bereikten, klaar om zijn eigen leven op te offeren.

Op hetzelfde moment dat het zwaard geheven werd om Nichiren te onthoofden, doorsneed een heldere bal de hemel en veranderde de nacht in dag. In paniek wierp de beul zijn zwaard weg en de andere soldaten waren zo verstijfd van schrik dat de executie werd gestopt.

Deze gebeurtenis is buitengewoon belangrijk. Niet alleen hadden de boeddhistische goden12 Nichiren Daishonin beschermd en zijn leven gered, op dit cruciale moment onthulde hij bovendien zijn ware identiteit als de oorspronkelijke Boeddha door zijn voorlopige en vergankelijke identiteit als ‘de aanhanger van de Lotus Soetra’ te laten vallen. Dit staat in het boeddhisme bekend als hosshaku kempon, wat letterlijk betekent ‘het afleggen van het voorlopige en het ware onthullen’. In de gosho ‘Het openen van de ogen’ schrijft Nichiren:

Op de twaalfde dag van de negende maand van vorig jaar, tussen het uur van de rat en de os (23.00 – 03.00 uur), werd deze Nichiren onthoofd. Het is zijn geest die naar het eiland Sado is gekomen” (WND, 269).

 
De verbanning naar het eiland Sado

Terwijl de overheid nadacht wat ze met Nichiren moesten doen, werd hij vastgehouden in Echi in de prefectuur Sagami. Het zou opnieuw verbanning worden en zo werd Nichiren op 10 oktober 1271 naar het eiland Sado gebracht dat in de Japanse Zee lag. Daar, op 1 november, moest hij noodge­dwongen onderdak zoeken in een kleine, vervallen tempel op een oude begraafplaats in Tsukahara. Het was er verschrikkelijk koud en hij had niet voldoende kleding en voedsel. Bovendien waren de eilandbewoners zeer vijandig; het waren niet alleen voornamelijk aanhangers van de Zuivere Land School, de meesten waren ook nog gewone, verbannen misdadigers. Geen wonder dat de over­heid in de veronderstelling verkeerde dat de Daishonin de winter niet zou overleven.

Zelfs in deze hachelijke omstandigheden bleef Nikko Shonin zijn meester volgen en dienen en, verre van te sterven, kreeg Nichiren steeds meer steun van de plaatselijke bevolking en bekeerde talloze mensen waaronder Abutsu-bo en zijn vrouw, Ko Nyudo en zijn vrouw, Nakaoki Nyudo en Sairen-bo Nichiyo.

Nu hun vijand verbannen was, zou men verwachten dat de leiders van de andere boeddhis­tische scholen tevreden waren, maar voor hen was alles behalve zijn dood ondenkbaar. Om voorgoed met de Daishonin af te rekenen vertrokken grote groepen priesters in het begin van 1272 naar het eiland en verzamelden zich in wat nu de prefectu­ren Niigata, Nagano en Yamagata zijn. Daar overlegden zij met plaatsvervangend commissaris Homma Shigetsura, maar deze sloeg hun hoop aan stukken door te zeggen:

Volgens een officiële brief van de regent mag de priester niet terechtgesteld worden. Hij is geen gewone, verachtelijke misdadiger, en als hem wat overkomt, maak ik, Shigetsura, me schuldig aan ernstig plichtsverzuim. Waarom gaan jullie, in plaats van hem te doden, geen religieus debat met hem aan?” (WND, 771).

Het ‘Tsukahara-debat’ vond plaats op 16 en 17 januari 1272 en Nichiren Daishonin moest het opnemen tegen een paar honderd priesters van andere scholen. In de gosho ‘Het gedrag van de aanhanger van de Lotus Soetra’ beschrijft hij deze gebeurtenis als volgt:

“Elk van hen gaf ik antwoord, stelde de juiste betekenis vast van wat er gezegd werd, en vuurde daarop mijn vragen af. Een of hooguit twee waren echter voldoende om hen tot stilzwijgen te brengen (…). Ik versloeg hen net zo makkelijk als een zwaard dat door een meloen snijdt, of als een wind­vlaag dat het gras doet buigen. Ze waren niet alleen weinig onderlegd in de boeddhistische leerstellingen, maar spraken zichzelf ook nog eens tegen. Ze verwarden soetra’s met verhandelingen of commentaren met verhandelingen” (WND, 771-772).

Na het debat gaven talloze priesters hun geloof op of bekeerden zich spontaan tot de leer van de Daishonin.

In februari kwamen de voorspellingen die de Daishonin twaalf jaar eerder in de Rissho ankoku ron met betrekking tot een burgeroorlog gedaan had, in vervulling: binnen de heersende Hojo-clan ontstonden conflicten die uiteindelijk zowel in Kamakura als Kyoto in een gewelddadige uitbar­sting culmineerden. De regering begon Nichiren Daishonin serieus te nemen, met gevolg dat hij op het eiland Sado in april overgeplaatst werd van zijn hut in Tsukahara naar een gewone woning in Ichinosawa.

Nichiren Daishonin was kort na de vervolging in Tatsunokuchi begonnen met het optekenen van individuele gohonzons voor zijn meest nabije aanhangers. Op Sado kwamen zijn belangrijkste geschriften tot stand: ‘Het openen van de ogen’, ‘Het voorwerp van toewijding voor het waarnemen van de geest’, ‘Het ware aspect van alle verschijn­selen’ en ‘De brief uit Sado’. Ze zijn zo belangrijk omdat hierin het belang van de gohonzon wordt uitgelegd en daarmee de basis gelegd wordt voor de leerstellingen van Nichiren Daishonin. ‘Het openen van de ogen’ bijvoorbeeld legt uit waarom de Daishonin de geschiktste persoon is om de gohonzon te vestigen. ‘Het voorwerp van toewij­ding voor het waarnemen van de geest’ legt uit waarom Nam-myoho-renge-kyo de wet is die gevestigd moet worden, waarom daarvoor de vorm van de gohonzon gekozen is, en waarom de hui­dige periode de juiste tijd is voor het vestigen van het hoogste voorwerp van toewijding.

Het vertrek naar de berg Minobu

In februari 1274 gaf de toenmalige regent Hojo Tokimune toestemming aan Nichiren Daishonin om Sado te verlaten, een daad zonder precedent die waarschijnlijk ingegeven werd door twee gebeurtenissen in 1273: een poging tot rebellie van Hojo Tokimuni’s broer, en een nieuwe Mongoolse afvaardiging naar Japan. Beide bevestigen de voor­spellingen van de Daishonin in de Rissho ankoku ron.

Op 13 maart verliet hij Ichinosawa en vertrok naar Kamakura, waar hij op 8 april een onderhoud met Hei no Saemon had op diens verzoek. Voor de derde keer waarschuwde de Daishonin de rege­ring en drong erop aan verkeerde leerstellingen af te wijzen en de juiste leer aan te nemen. De Mongoolse invasie kon elk moment beginnen, zei hij, maar de regering weigerde te luisteren. Een paar maanden later, in oktober, vielen de troepen van Kublai Chan het zuidelijke deel van Japan aan.

Volgens een oude Chinese gewoonte dient een wijze zich naar de bergen terug te trekken als zijn waarschuwingen aan de regering drie maal worden geweigerd. Daarom vertrok Nichiren Daishonin naar de verlatenheid van de berg Minobu op het land van Hakiri Rokuro Sanenaga,13 beheerder van het gebied Minobu, in de provincie Kai (de huidige prefectuur Yamanashi). Zijn afzondering bete­kende echter niet dat hij zich van de wereld afkeerde. Sterker nog, het had te maken met zijn grote missie de mensen te overtuigen van de fun­damentele betekenis van zijn verschijning op deze wereld. Op Minobu bleef hij schrijven en volgelingen opleiden die in staat waren de Wet te verspreiden.

Op 17 mei 1274 vertrok Nichiren Daishonin naar het dal ten westen van de berg Minobu en nam zijn intrek in een klein huis dat speciaal voor hem door zijn volgelingen was gebouwd. Hij beschreef zijn nieuwe huis als volgt:

In de hele omgeving is er geen ander huis dan het mijne. Mijn enige bezoekers – hoe weinig ik ze ook zie – zijn de apen die door de boomtoppen naar beneden slingeren. En tot mijn spijt blijven zelfs zij niet lang, maar haasten zich terug naar waar ze vandaan komen” (WND, 755).

Hij besteedde veel tijd aan schrijven; bijna de helft van zijn bestaande geschriften dateert uit deze periode. Ook ging veel tijd op aan het geven van lezingen en het opleiden van zijn volgelingen, met name van Nikko Shonin. Nikko Shonin legde getrouw deze lezingen vast in de Ongi kuden (Het verslag van de mondeling overgeleverde leerstel­lingen), nog een belangrijk werk van Nichiren Daishonin dat zijn interpretatie van de Lotus Soetra weergeeft.

 

De Vervolging te Atsuhara en de vervulling van de Daishonins missie

In 1275 leidde Nikko Shonin de verspreiding van de leer van de Daishonin in de streek Fuji, met name in het dorp Atsuhara waar hij talloze leken (voornamelijk boeren) en priesters bekeerde. Een sterke volgeling was Nanjo Tokimitsu die Nikko Shonin tien jaar eerder ontmoette, toen deze door Nichiren Daishonin gestuurd werd om voor Tokimitsu’s overleden vader te bidden. De zeven­jarige Tokimitsu had destijds Nikko als gids in geloof aangenomen en nu, hoewel hij nog een late tiener was, droeg hij de verspreidingsbeweging een warm hart toe en was zijn huis het centrum van deze activiteiten geworden.

De plaatselijke tempels begonnen zich echter tegen deze verspreidingsactiviteiten te verzetten; ze waren namelijk bang dat het aantal bekeringen ten koste zou gaan van hun inkomen. Vooral de assis­tent-hogepriester van de Ryusen-tempel in Atsuhara, Gyochi, werd steeds jaloerser en kwader. Gyochi, een priester van de Tendai-sekte, had tempelgelden misbruikt, steekpenningen aangeno­men en de plattelandsbewoners voor eigen doel­einden uitgebuit. Toen hij zag dat zijn inkomen werd bedreigd, begon hij de volgelingen van de Daishonin lastig te vallen; valselijk beschuldigde hij twintig volgelingen van het stelen van rijst tijdens de oogst op de tempelgronden. Hij kreeg het bij het plaatselijk gezag klaar om ze te laten arresteren en op 21 september naar Kamakura over te brengen waar hij ze onder druk probeerde af te brengen van hun geloof in Nam-myoho-renge-kyo. Ze weigerden, zelfs onder marteling en doodsbedreiging.

Intussen vocht Nanjo Tokimitsu met gevaar voor eigen leven om de Wet en zijn dierbare medegelovigen te beschermen, ondanks zware sancties van de regering. Hem werd bijvoorbeeld zo’n zware belasting opgelegd, dat hij zelfs zijn paard moest verkopen, wat voor een samoerai-boer iets van levensbelang was.

Nichiren Daishonin was diep ontroerd door de houding van deze volgelingen die bereid waren hun leven voor de Wet te geven en besefte dat de tijd was aangebroken om zijn hoogste doel in het leven te vervullen. Op 12 oktober 1279 tekende hij de Dai-Gohonzon op.

In de gosho ‘Over de vervolgingen die de wijze treffen’ legt hij het belang van deze gebeurtenis uit:

Nu, in het tweede jaar van Koan (1279), in het cyclische teken van tsuchinoto-u is het 27 jaar geleden dat ik voor de eerste maal deze leer verkondigde in de tempel Seicho-ji. Het was in het uur van het paard [twaalf uur ’s middags] op de 28e dag van de vierde maand in het vijfde jaar van Kencho (1253) aan de zuidzijde van de beeldenzaal in de Shobutsu-bo van de tempel Seicho die in het dorp Tojo staat. Nu is Tojo een district, maar toen maakte het deel uit van het district Nagasa in de provincie Awa. Hier bevindt zich de voorheen op een na belangrijkste maar nu allerbelangrijkste schrijn van de Zonnegodin in het land, gebouwd door de rechtse generaal Minamoto no Yoritomo. De Boeddha vervulde het doel van zijn komst in iets meer dan veertig jaar; de grote leraar T’ien-t’ai had er ongeveer dertig jaar voor nodig en de grote leraar Dengyo ongeveer twintig jaar. Ik heb herhaaldelijk gesproken over de onbeschrijflijke vervolgingen die zij die jaren moesten verduren. Mij kostte het zevenentwintig jaar en de vervolgingen waarmee ik gedurende deze periode werd geconfronteerd zijn u allen bekend” (WND, 996).

Drie dagen later, op 15 oktober, werden drie van de boeren die in Kamakura vastgehouden werden, onthoofd: de broers Jinshiro, Yagoro en Yarokuro. Omdat ze beseften dat de zeventien anderen niet zouden zwichten, zagen de autoriteiten van verdere executies af en verbanden hen in plaats daarvan uit Atsuhara. De heksenjacht op volgelingen van de Daishonin ging met tussenpozen nog een tijdlang door en doofde ten slotte uit. De vervolging van deze volgelingen in en rond Atsuhara in de periode 1275 tot 1281 met als hoogtepunt de dood van de drie broers, wordt in zijn geheel aangeduid als de Vervolging te Atsuhara.

 

Een leven van onbegrensd mededogen

Tot aan het eind van zijn leven bleef Nichiren Daishonin de grootst mogelijke voorkomendheid betuigen, leed samen met hen die leden en bad dag en nacht voor hen. Toen bijvoorbeeld Shichiro Goro, de jonge broer van Nanjo Tokimitsu, plot­seling op zestienjarige leeftijd stierf, schreef de Daishonin het volgende aan de rouwende moeder:

Ik moet onwillekeurig aan uw overleden zoon Goro denken. De bloesems die ooit vielen staan op het punt weer te bloeien, en het verwelkte gras is opnieuw weer aan het ontkiemen. Waarom komt de overleden Goro ook niet terug? Ach, kwam hij maar terug samen met de vluchtige bloemen en het verdwijnende gras; al zijn we dan nog geen Hitomaro, we zouden bij de bloesems wachten; al zijn we geen getoomde paarden, we zouden het gras nooit meer verlaten!” (WND, 1091).

Hij bleef Goro’s moeder aanmoedigen totdat zij over haar verdriet heen was.

 
De overdracht van de Wet en het overlijden van Nichiren Daishonin

In 1280 had Nichiren Daishonin al besloten dat Nikko Shonin hem zou opvolgen, zoals hij het had vastgelegd in het aan hem gerichte document ‘De honderdenzes vergelijkingen’. Nikko was wat geloof, beoefening en studie betrof, overduidelijk de meest vooraanstaande onder zijn volgelingen. Tweemaal had hij Nichiren Daishonin gevolgd tijdens een verbanning (naar Izu en Sado) en hij was ook de meest gedrevene in de verspreidings­activiteiten en in het opleiden van nieuwe volgelingen. Nikko’s diepe respect voor Nichiren Daishonin was dat voor de Boeddha van dit tijdperk, en hij begreep de diepliggende betekenis van diens leerstellingen vanuit het standpunt van geloof. Daarom was hij de persoon aan wie Nichiren Daishonin in september 1282 al zijn leer­stellingen en de voor de hele mensheid opgete­kende Dai-Gohonzon overdroeg. In ‘Het document voor het toevertrouwen van de Wet die Nichiren zijn hele leven heeft verspreid’ stelde hij Nikko formeel aan als zijn opvolger en de leider van de verspreiding van het boeddhisme.

Kort daarop, op 8 september 1282, ging de Daishonin op advies van zijn volgelingen naar de hete bronnen van Hitachi; zijn gezondheid ging erg achteruit. Hij verliet de berg Minobu waar hij negen jaar gewoond had en maakte onderweg een stop bij de woning van Ikegami Munenaka, een van zijn levenslange volgelingen. Hier in Musashi (het huidige Tokio) maakte hij zijn laatste testa­ment op. Op 8 oktober benoemde hij de zes oudere priesters tot zijn meest getrouwe priester-volgelingen: Nissho, Nichiro, Nikko, Niko, Nitcho en Nichiji. Hun vertrouwde hij de missie toe vol­gelingen in de verschillende gebieden van Japan te trainen en op te leiden.

Op 13 oktober, vlak voor zijn overlijden, schreef Nichiren Daishonin een tweede document: ‘Het document voor het toevertrouwen van Minobu-san’, waarin hij opnieuw Nikko aanwees als zijn wettige opvolger. Hierin vertrouwde hij Nikko al zijn leerstellingen toe en benoemde hem tot hogepriester van de tempel Kuon.14

Ik draag de leerstellingen van Shakyamuni Boeddha over aan Byakuren Ajari Nikko, die de hogepriester moet worden van Minobu-san Kuon-ji tempel. De priesters of lekengelovigen die dit testament negeren zijn lasteraars van de Wet. De dertiende dag van de tiende maand in het vijfde jaar van Koan (1282)”

 

Diezelfde dag stierf Nichiren Daishonin op 60-jarige leeftijd in het huis van Ikegami Munenaka.

~ ~ ~

 

Voetnoten:

1 Tendai School: opgericht in China door T’ien-t’ai (538-597). Miao-lo (1711-1782) wordt vol eerbied gezien als degene die deze school in ere hersteld heeft. In de 9e eeuw werd het door Dengyo (767-822), die de doctrine in China bestudeerd had, naar Japan gehaald. Dankzij zijn inspanningen wordt de Lotus Soetra alom in Japan gewaardeerd.

2 Shingon School: school die de esoterische leer aanhangt. Het woord ‘shingon’ komt overeen met het Sanskriet woord ‘mantra’ (geheim woord, mystieke lettergreep). Shingon baseert zich op de leer van de Dainichi- en Kongocho-soetras.

3 Zuiver Land School: een school die zich baseert op de drie Zuivere Land-soetra’s: voorlopige leerstellingen die Shakyamuni voor de Lotus Soetra verkondigden. Honen, de oprichter van deze school, beweerde dat deze wereld van lijden – de saha-wereld – een onzuiver land is en dat gewone mensen alleen door het reciteren van ‘Namu Amida Butsu’ (de nembutsu) herboren kunnen worden in een paradijs dat zich in het westen van het universum bevond, daar waar boeddha Amida verbleef. Deze school weerlegde alle andere soetra’s, met name de Lotus Soetra. Door te verkondigen dat men alleen in een toekomstig leven en in een verafgelegen land bevrijd kon worden, moedigde de Nembutsu in de Japanse samenleving een houding aan van berusting, willoosheid en escapisme.

4 Gedurende de 8e eeuw werd een beeld van deze bodhisattva zorgvuldig bewaard in Seicho-ji. Bodhisattva Kokuzo werd vanwege zijn wijsheid en voorspoed, die zo groot als het universum was, de bodhisattva van de ruimte genoemd.

5 De Acht scholen: de Kusha-, Jojitsu-, Sanron-, Ritsu-, Hosso- en Kegon-scholen vierden hun hoogtijdagen tijden de Nara-periode (710-794), en de Tendai- en Shingon-scholen werden tijdens de Heian-periode (794-1185) geïntroduceerd.

6 Het Chinese karakter ze is opgebouwd uit drie wortels die respectievelijk ‘de persoon’, ‘onder’ en ‘de zon’ betekenen; sho betekent ‘wijze’ of ‘heilig’; rencho betekent ‘lotusgroei’.

7 De kloosters van Hiei en Koya waren hoofdtempels van respectievelijk de Tendai- en Shingon-scholen.

8 Daishonin: letterlijk ‘grote wijze’, de eretitel die Nichiren van zijn volgelingen kreeg.

9 Azumakagami: een officiële kroniek van de Kamakura-regering.

10 Drie catastrofen en zeven rampen: rampen die in talloze soetra’s beschreven worden. Van de Drie catastrofen bestaan twee categorieën: de kleinere zijn geldontwaarding (vooral die ten gevolge van hongersnood), oorlog en epidemieën. De grotere zijn rampen die veroorzaakt worden door vuur, wind en water op het einde der tijden. De zeven rampen omvatten oorlog en natuurrampen, doorgaans beschouwd als het gevolg van het lasteren van de juiste Wet. De omschrijving van de zeven rampen verschilt enigszins van soetra tot soetra.

11 Shijo Kingo (1230-1300): samoerai en trouw volgeling van Nichiren Daishonin.

12 (Jap. shoten zenjin): goedgezinde hemelse wezens. Volgens de traditie waren dit de goden die naar Shakyamuni kwamen luisteren toen hij de Lotus Soetra onderwees en die gezworen hadden de aanhangers van deze soetra te beschermen. In brede zin zijn het de ondersteunende en beschermende krachten van het leven die inherent in het universum aanwezig zijn, met inbegrip van iemands eigen leven dat door de boeddhistische beoefening wordt geactiveerd.

13 Hakiri was door Nikko Shonin geïntroduceerd tot de leer van de Daishonin en werd een sterk gelovige. Na Nichirens dood beging hij echter een aantal lasteringen door toedoen van Niko, een van de zes oudere priesters, wat voor Nikko Shonin uiteindelijk de aanleiding werd om Minobu te verlaten met medeneming van de Dai-Gohonzon, de as van Nichiren Daishonin en andere waardevolle voorwerpen.

14 Kuon-tempel: gebouwd in november 1281 op de berg Minobu.

Het leven van Nichiren Daishonin in data

NICHIREN DAISHONIN

(vader Mikuni no Tayu; moeder Umegikunyo)

16 -02-1222 als Zennichi- maro geb. te (Nagaragori Tojogo) Kominato, in de provincie Awa

             1234 begeeft zich naar de Seicho-ji tempel (Tendai secte)

             1237 kruinschering -Zeshobo Renchô

             1238 in de leer bij zijn meester Dozen-bo

                      maakt zijn diepste wens kenbaar aan beeld van bodhisattva

                      Kokuzo om de meest wijze man van Japan te worden

             1239 studiereis naar Kamakura en Kyoto tot 1252

28 -04- 1253 1e maal Nam Myoho Renge Kyo – Seichô-ji Tempel – neemt de naam Nichiren

                        =1e aanslag Tojo Kagenobu; hij vlucht en vestigt zich te Matsubagayatsu in Nagoe

             1257 grote aardbeving in de buurt van Kamakura

                      Nichiren begeeft zich naar de Iwamoto Jisso-ji tempel in de prov. Suruga en

                      bestudeert nogmaals alle soetras

              1258 Nikko wordt zijn volgeling (12 jaar oud °1246)

16 -07- 1260 Risshô Ankoku Ron = Verhandeling over de Pacificatie van het Land door het

                                                            Instellen van de Correcte Wet) gericht aan Hôjô Tokiyori

27 -08- 1260 vervolging van Matsubagayatsu

12 -05- 1261 verbanning naar Itô op het schiereiland Izu (tot feb 1263)

11 -11- 1264 vervolging van Komatsubara (hinderlaag door samoerai van Tôjô Kagenobu;

                                                                        arm gebroken; twee discipels gedood)

10 -09- 1271 ondervraagd door Hei no Saemon; tweede vraag naar instelling van correcte Wet

12 -09- 1271 vervolging van Tatsunokuchi – onthoofding – komeet

                       onthult ware gedaante als Fundamentele Boeddha sinds Kuon Ganjo

                       (= Hosshaku Kempon: het afwerpen van het vergankelijke en de waarheid openbaren)

10 -10- 1271 verbanning naar eiland Sado (tot maart 1274) (aankomst te Tsukahara op 1 nov)

16 -01- 1272 religieus debat (debat van Tsukahara)

-02- 1272 interne oorlog in Hôjô clan

              1272 verhandeling “het Openen van de Ogen” : eenheid van persoon en Gohonzon

                       N.D. is de Boeddha van het Laatste Tijdperk van de Wet, en bezit de Drie Deugden

                       ( soeverein, ouder en meester)

-04- 1273 verhandeling “het Ware Voorwerp van Toewijding” : eenh. v. Wet en Gohonzon

13 -03- 1274 terug naar Kamakura;

  8 -04- 1274 uitgenodigd door Hei no Saemon ; 3e vraag naar instelling van correcte Wet

17 -05- 1274 N.D. komt toe op berg Minobu in de streek Hakirigo (prov. Kai)

21 -09- 1279 aanklacht tegen 20 volgelingen van Nichiren Daishonin

10 -10- 1279 Gosho ‘Over de vervolgingen van de Boeddha’

12 -10- 1279 optekening van Dai Gohonzon

15 -10- 1279 vervolging van Atsuhara op bevel van Hei no Saemon (drie discipels onthoofd)

-11- 1281 bouw van hoofdtempel Kuon-Ji

08 -10- 1282 duidt Nikko Shonin aan als opvolger

                       (6 Oudere Priesters Nissho, Nichiro, Niko, Nikko, Nicho, Nichiji)

                        mondelinge overdracht aan Nikko Shonin: ‘Ongi Kuden’ e.a.

13 -10- 1282 Nichiren Daishonin overhandigt twee overdrachtsdocumenten aan Nikko en

                       overlijdt op 61 jarige leeftijd (Japanse telling)

 

13 -01- 1333 ’26 Waarschuwingen’ door Nikko Shonin

07 -02- 1333 overlijden van Nikko Shonin

Soka Gakkai International

SOKA GAKKAI INTERNATIONAL

De ‘Soka Gakkai International’ is een boeddhistische organisatie die actief is op gebied van vrede, cultuur en educatie in 192 landen over de hele wereld. Zij is de internationale voortzetting van de Soka Gakkai, die gesticht werd in 1930 door Tsunesaburo Makiguchi. Na de dood van zijn opvolger, president Josei Toda, aanvaarde de heer Daisaku Ikeda in 1960 de functie van 3de president en gaf de organisatie een internationale vorm in 1975.
De activiteiten van de S.G.I. baseren zich op de boeddhistische religieuze filosofie van Nichiren Daishonin (1222-1282), die de unieke waarde van ieder menselijk leven onderwijst, en de verwezenlijking van de wereldvrede, als gevolg van de innerlijke revolutie van elkeen, als doel stelt.

Een open religie voor de 21e eeuw

Er is niets dat de menselijke gedachte zowel als zijn actie grondiger beïnvloedt dan de religie. Een religie die richtingaangevend is, is vergelijkbaar met een gezonde bodem waarop de meest prachtige bloemen kunnen groeien.
Wat is de dood? Hoe moeten we leven? Zich steunend op een religie die antwoorden kan geven op zulke fundamentele vragen, kan men tot een merkwaardige bloei komen van de politiek, de economie, de cultuur. Deze revitalisatie van de maatschappij is het doel van onze beweging voor vrede, cultuur en opvoeding. Onze huidige wereld heeft nood aan een waar universalisme gebaseerd op het concrete respect voor het individu. Wij denken dat het boeddhisme van Nichiren Daishonin alle kenmerken van een open en universele religie verenigt, die de goede aspecten van de menselijke natuur kunnen ontwikkelen en die de filosofische basis kan verschaffen voor een harmonieuze samenleving.

De geschiedenis van het boeddhisme is die van een lange geweldloze strijd voor de Rechten van de Mens

Op basis van een diepgaande welwillendheid en een grote zin voor gelijkheid, werd de boeddhistische stroming vanaf het begin gekenmerkt door een opeenvolging van moedig verzet tegen het autoritarisme en tegen alle krachten die de gewone mensen onderdrukken.
2500 a 3000 jaar geleden verspreide Shakyamuni, de historische grondlegger, zijn gelijkheidsleer in een Indië dat gedomineerd werd door een rigide kastensysteem. In het Japan van de 13de eeuw verzette Nichiren Daishonin, de stichter van onze school, zich op risico van zijn eigen leven tegen de corrupte monniken die de militaire macht naar de mond praatten en het volk bedrogen. En dichter bij ons, werden de twee eerste presidenten van de Soka Gakkai gevangen genomen tijdens de Tweede Wereldoorlog omdat zij weigerden zich te onderwerpen aan het fascistische regime en de staatsreligie van Japan.
De geest die onze organisatie bezielt, vinden we terug in deze moed die geput wordt uit de passie voor gerechtigheid, dezelfde moed dan deze voor de strijd voor de Rechten van de Mens.

De mens is belangrijker dan de ideologie.

In zijn ‘Vredesvoorstel’ van 26 januari 1993 heeft president Ikeda nauwkeurig de bron van de oorlogen geanaliseerd: het is wat hij noemt de neiging tot een “gesloten hart”, d.w.z. het wantrouwen t.o.v. de ander en het gevoel van zijn eigen superioriteit die iedere dialoog onmogelijk maakt en altijd onvermijdelijk uitmondt in geweld.
Bij een andere gelegenheid, waarbij hij de middeleeuwse opvatting van het heelal aanhaalde als die van een “gesloten doos”waarin de aarde en de mens zich in het centrum bevonden, herinnerde hij ons eraan dat de tendens om zich als het middelpunt van de wereld te beschouwen, leidt tot egocentrisme; te denken dat ons volk superieur is aan een ander, tot fascisme, racisme en kolonialisme; overtuigd te zijn een religie te bezitten die superieur is aan de andere, tot religieus fanatisme; en de mens in het centrum van het universum te plaatsen, tot de vernietiging van het leefmilieu en tot een breuk in de harmonie van de natuur.
Tegenover het model van de “gesloten doos” stelt hij dit van de “open doos”, een universalisme dat niet meer gebaseerd is op het verlangen om zijn eigen model aan de ander op te leggen, maar op het zich open stellen tot het hunne en op de dialoog, op zoek naar een evenwicht tussen soms tegenstrijdige tendensen.

De belangrijkheid van vriendschap en dialoog

We kunnen de waanzin van ons tijdperk genezen door bij elk individu de capaciteit te ontwikkelen om zijn eigen hart te verkennen en te beheersen, de bron van alle tegenspoed en voorspoed. Het boeddhisme heeft inderdaad geen ander doel dan de menselijke natuur te verhelderen en een model van echt humaan gedrag voor te stellen.
Dit ideaal van openheid, van verdraagzaamheid en van dialoog is niet altijd gemakkelijk te verwezenlijken maar het is het doel van onze boeddhistische beoefening. Dit is de reden waarom president Ikeda, onvermoeid reiziger en erkend ambassadeur voor Vrede en Cultuur, diep overtuigd van de kracht van de dialoog om wederzijds begrip te bevorderen, talloze discussies aangegaan heeft met intellectuelen, artiesten en politiekers over gans de wereld. Een aantal van deze dialogen werd gepubliceerd, zoals deze met A. Toynbee, A. Malraux, H. Kissinger e.a.

Acties voor vrede

“Niets is wreder, niets is tragischer dan oorlog. Het is het toppunt van onmenselijkheid en barbaarsheid.” Het is met deze woorden dat het boek ‘De Menselijke Revolutie’ aanvangt, dat de beginperiode van de Soka Gakkai beschrijft in Japan in de contekst van de Tweede Wereldoorlog. De verwezenlijking van wereldvrede door het openen van het hart van de mensen, is het ultieme doel van de S.G.I. en van het boeddhisme van Nichiren Daishonin. Zich voor dat doel inzettend formuleert president Ikeda regelmatig Vredesvoorstellen die als voornaamste objectieven ontwapening, vrede en de ontwikkeling van de Verenigde Naties hebben.
Erkend als N.G.O. (niet gouvernementele organisatie), werkt de S.G.I. samen met de U.N.O. op gebied van ontwapening, mensenrechten en vluchtelingenhulp. Zo werden er rondreizende tentoonstellingen georganiseerd, met name over de bedreiging van de nucleaire wapens, en over de Mensenrechten.

Culturele activiteiten

De bevordering van culturele activiteiten en uitwisselingen op internationaal niveau is één van de aspecten van de S.G.I. die op die manier wil bijdragen tot de verdraagzaamheid en het wederzijds begrip tussen de volkeren. De S.G.I. heeft verschillende gespecialiseerde structuren opgericht, zoals de MIN ON Associatie die sinds 1963 tot doel heeft de internationale uitwisselingen te bevorderen via de universele taal die de muziek is. Op een ander domein organiseren de twee FUJI kunstmusea in Japan regelmatig uitwisselingen met andere musea in de wereld.
Culturele activiteiten worden eveneens georganiseerd op locaal niveau door de organisaties in de verschillende landen. Zo realiseerden de leden van de drie Benelux landen in 1993 samen een cultureel festival om de grenzen die eerst in onze eigen harten bestaan te doorbreken en onze idealen met onze vrienden te delen.

Bevordering van de opvoeding

Sinds haar oprichting in 1930 is de Soka Gakkai nauw betrokken in educatief werk, daar de twee eerste presidenten, Tsunesaburo Makiguchi en Josei Toda alle twee onderwijzers waren. Dankzij de onophoudelijke inspanningen van president Daisaku Ikeda op dit gebied, hebben nieuwe educatieve structuren nu het daglicht gezien, van kindertuin tot Soka Universiteiten. Deze laatste organiseren uitwisselingen van studenten met universiteiten over gans de wereld. Bewust van het feit dat de opvoeding tot doel heeft de jeugd te vormen die de toekomst zal creëren, moedigt de S.G.I. de ontwikkeling van een humanistische opvoeding aan, die alle aspecten van het leven omvat, die het creatieve potentiëel van elke student onthult en een internationaal perspectief biedt.

De S.G.I. in België

Opgericht in 1964 organiseert de S.G.I.België verscheidene activiteiten, waarvan de voornaamste de maandelijkse discussiebijeenkomsten zijn, open voor iedereen, om samen te studeren en mekaar aan te moedigen op de weg naar de menselijke revolutie.

Makiguchi en Soka, het scheppen van waarden

MAKIGUCHI EN SOKA, HET SCHEPPEN VAN WAARDEN

De Soka Gakkai is ontstaan in een nationale context van dictatuur, geweld en het niet respecteren van de rechten van de mens. In deze ernstige situatie is een nobel man opgestaan, bereid alleen te strijden op risico van zijn leven, voor het geluk van de gewone mens. Deze houding vertegenwoordigt de geest van de Soka Gakkai, waarvan de drie achtereenvolgende Presidenten Tsunesaburo Makiguchi, Josei Toda en Daisaku Ikeda het bewijs leverden.

Makiguchi, die waarden creëert

Tsunesaburo Makiguchi werd geboren op 6 juni 1871 in een klein vissersdorpje in noord- west Japan. In deze periode stelde Japan, dat zich na eeuwen van isolement sinds korte tijd terug geopend had voor de wereld, alles in het werk om de industriële ontwikkeling van de westerse naties in te lopen.
Het opvoedingssysteem werd toen ondergeschikt aan de economische belangen van het land, en had nog slechts één doel, onderworpen en productieve elementen af te leveren. Deze algemene gerichtheid van het Japanse opvoedingsdenken werd in stand gehouden en periodiek versterkt tot aan Wereld Oorlog II. Het leven en de loopbaan van Tsunesaburo Makiguchi moeten gezien worden als verzet tegen deze nationale achtergrond. Gans zijn leven vocht hij tegen die productie van slaafse « subjecten », geoefend in het blindelings gehoorzamen aan de autoriteit.

In 1893 begon hij zijn beroep als onderwijzer , en begon zeer snel de opvoedingstradities van zijn tijd, die de creativiteit van de kinderen volledig verstikte, te bekritiseren. Hij werd dikwijls verplaatst, want zijn rechtschapenheid en zijn categorieke weigering te aanvaarden dat de kinderen van de leidende klasse voordelen genoten, beviel niet iedereen.
Tijdens zijn loopbaan was hij afwisselend leraar en directeur van meerdere scholen in de streek van Tokyo, totdat de gezaghebbers zich van hem ontdeden door hem te benoemen in een klein schooltje van een minder begunstigde wijk, dat een jaar nadien zijn deuren moest sluiten. Gedurende deze tientallen jaren ervaring op dit gebied, vergaarde hij talrijke notities, dacht na over de aard van de opvoeding, verbeterde haar methodes en werkte geleidelijk een originele pedagogie uit.
Zo publiceerde hij op 18 november 1930, ook de dag van de stichting van onze organisatie, het eerste deel van zijn boek « Pedagogie voor het Creëren van Waarden ». De invloed van dit werk blijft, niettegenstaande zijn ouderdom, vandaag ook nog van een buitengewone actualiteit.

Opvoeding voor een waardencreërend leven

De opvoeding mist een duidelijk doel.

Makiguchi vond dat de pedagogie een werkelijke toegepaste wetenschap moest worden die, eens het doel duidelijk gesteld, de resultaten van de gebruikte opvoedingsmethoden observeert en slechts hieruit de efficiënte weerhoudt, de andere verwerpend.
De werkelijke technici, de enigen bekwaam om de pedagogie te verbeteren, kunnen alleen degenen zijn die ter plaatse onderwijzen, en niet de universitairen opgesloten in hun ‘ivoren torens ‘.

Hij schreef : « Wat de opvoeding betreft, zoals voor elke andere menselijke onderneming, heiligt het doel de middelen. Het probleem van de huidige opvoeding (en dit geldt ook nog voor onze tijd, nvdr) is dat zij een duidelijk afgelijnd doel mist. We kunnen niet hopen dat een pijl zijn doel raakt wanneer dit laatste in de duisternis blijft. Dit is nochtans exact wat er gebeurt met de opvoeding, en het zijn uiteindelijk de kinderen die het meest lijden onder deze blinde opvoedingsmethoden. »

Hij stelde een « Nationaal Bureau voor de Planificatie van het Onderwijs » voor, onafhankelijk van de leidende macht en van de politiek, en dat zou samengesteld worden uit specialisten op allerlei gebied, waarvan de taak zou zijn, honderd jaar ver in de toekomt te kijken om zodoende de richting te bepalen voor de opvoeding.
Het doel van de opvoeding moet verenigbaar zijn met het doel nagestreefd door elk menselijk wezen : geluk.
Daar dit begrip te vaag en subjectief is om als doel te dienen voor een wetenschappelijke pedagogie, omschreef Makiguchi het geluk in zijn “ filosofie van het scheppen van waarden “, als waarachtig deel van de opvoeding.
De problemen van de opvoeding ontstaan uit de verwarring tussen Waarheid en Waarde.

De oorsprong van alle opvoedingsproblemen is de verwarring tussen de waarheid en de waarde, d.w.z. dat men hoopt, door zich tevreden te stellen met het overdragen van objectieve kennis aan de leerling (de waarheid), dat deze op een natuurlijke wijze tot een verantwoordelijk gedrag zal komen ? Dit is een vergissing ; om gelukkige waardevolle burgers te vormen voor de maatschappij, moet men hen evenzeer leren om door ervaring de waarde der dingen te herkennen.

De Waarheid is de exacte uitdrukking van een object, het is objectief en duurzaam, onveranderlijk voor wie ook. Bijvoorbeeld, wanneer we zeggen « dit is een paard » en wanneer het voorwerp geen koe, noch een schaap is, maar juist wat algemeen door de maatschappij herkend wordt als een paard, wanneer het ding juist uitgedrukt wordt zoals het is, noemen we het waarheid. Waarheid kan niet gecreëerd worden, men kan slechts de juistheid of de onjuistheid herkennen.

De Waarde, daarentegen is de relatie tussen een voorwerp en een persoon, zij is subjectief en van nature uit veranderlijk volgens de mensen, de tijd en de omstandigheden. Inderdaad weten we vanuit de dagelijkse ervaring dat een bepaald voorwerp essentieel is voor  X  terwijl het nutteloos is voor Y . Het is ook gekend dat de waarde van eenzelfde voorwerp voor dezelfde persoon radicaal verandert in functie van de tijd.

Terwijl de waarheid de exacte uitdrukking is van de realiteit, staat de waarde in relatie tot het menselijk leven. Zo heeft de waarheid op zichzelf geen enkele weerslag op het geluk, want het geluk bevindt zich niet in een objectief concept, maar in ons werkelijk gedrag.

Makiguchi bepaalt 3 soorten waarden :

1° de esthetische waarde : zij gaat van schoonheid tot lelijkheid en heeft een
zintuiglijke en tijdelijke waarde, die men aanvoelt langs de vijf zintuigen.
Zij oefent slechts een oppervlakkige invloed uit op het leven van het individu.

2° de economische waarde : drukt zich uit door winst en verlies, het is een volkomen
persoonlijke waarde die de relatie bepaalt tussen een individu en een voorwerp,
dat bekwaam is zijn leven te verbeteren (winst) of te verminderen (verlies).

3° de morele waarde : het goede en het kwade zijn twee evaluatietermen die men
toepast op voorgenomen daden die een positieve of negatieve invloed hebben op de gemeenschap. Deze daden stellen de waarde van het gedrag voor.

Het menselijk wezen is niet in staat materie te creëren, maar daarentegen kan hij waarden creëren. Men kan bijvoorbeeld een voorwerp van weinig waarde, zoals een stuk ijzer veranderen in een nuttig werktuig. De fundamentele vraag is dus te weten naar welke waarden de menselijke creativiteit gericht is . Welk zijn de beste daden die we kunnen stellen, hoe een maximum aan waarden creëren in onze dagelijkse handelingen. Evenals er verschillende soorten waarden (kleine of grote) zijn, heeft ook het geluk talrijke stadia. Een leven dat een maximum aan waarden verworven heeft kan beschouwd worden als het ultieme doel van het menselijk leven.

Makiguchi zei dat, door een correcte opvoeding , die elk individu toelaat het leven waar te nemen vanuit de gemeenschap waarin het opgegroeid is, de mensen zullen verkiezen hun creativiteit tegelijkertijd voor hun eigen profijt te gebruiken, en om een maximum aan goedheid te creëren in hun gemeenschap.

De filosofie der waarden

Makiguchi werkte zijn filosofie der waarden uit lange tijd voordat hij het Boeddhisme ontmoette, maar enkele van de fundamentele principes die volgen, tonen aan in hoeverre zijn concepten de onderrichtingen van Nichiren Daishonin benaderen.
Deze principes bepalen wat een zinvol waarde- creërend leven is.

Goed en kwaad
Het is slecht wanneer men goed en kwaad niet wil kennen omdat men gehecht is aan winst en verlies.
President Ikeda zei onlangs hierover (02/06/1992) : “de Heer Makiguchi zei : “ Wat de waarden betreft, de slechte mens is diegene die de publieke belangen van de maatschappij verwaarloost, verblind door te kleine belangen, van hemzelf of bvb. van een bijzondere toestand. Een religie heeft tot doel de gewone mensen te redden.
Nochtans hebben de ‘professionele religieuzen ‘ de neiging om de gewone mensen te gebruiken voor het nageslacht of de overleving van een bijzondere religie of school. Worden zij dan niet de slechtste mensen ? Zij lijken op een gierigaard die, gehecht aan zijn profijt, alle notie over goed en kwaad vergeet van het ogenblik dat het gaat om de verdediging van zijn eigen geld “.
We zien dat President Makiguchi onze huidige situatie voorzag. Wat een grote voorspelling ! Want zijn woorden kregen zonder twijfel hun betekenis in het licht van de actuele gebeurtenissen “.

Handelen en niet handelen
Niet het goede doen is slecht en geen kwaad doen is goed.
Alhoewel in mindere mate zal het niet- handelen evenzeer goede of slechte resultaten geven dan het ondernemen van actie.
Men leert vaak dat men geen kwaad mag doen, maar zelden dat men goed moet doen.
Nochtans zal het , zonder dat, onmogelijk zijn het kwaad uit de maatschappij te doen verdwijnen.

Irreëel goed en kwaad
De principes van het goed en het kwaad die winst en verlies verwaarlozen zijn irreëel en onuitvoerbaar, alhoewel het makkelijk is erover te praten.
Er kan geen geluk bestaan in de maatschappij indien het individueel geluk over het hoofd wordt gezien.

Evolutie van de vergelding volgens de maatschappelijke positie
Het kleinere kwaad verandert stelselmatig in groter kwaad, in functie van de maatschappelijke positieverhoging en van het aanzien dat men geniet. Hetzelfde principe geldt voor het goede. Hoe hoger de maatschappelijke positie zich verheft, hoe groter de gevolgen van het goede en de vergelding voor het kwade.
Nichiren Daishonin zegt : “Een groot patriarch, schijnbaar de Wet respecterend, maar met een verkeerde visie, is honderd, duizend, honderdduizend keer meer te vrezen dan een wild dier, dan een giftige slang, dan alle onheil of al diegenen die ons kwaad willen “. (MW vol 5 p 171)

Misleide personen
Zij die deze eenvoudige redenering niet begrijpen leven in de illusie, en zij die haar wel begrijpen maar niet toepassen zijn laf.
Men moet tot het uiterste leven volgens een juiste filosofie, zelfs ten overstaan van een moeilijke situatie. Tsunesaburo Makiguchi leefde volledig volgens zijn overtuiging, zonder zich ooit te plooien voor de autoriteit, wat hem naar de gevangenis voerde, waar hij tijdens de Tweede Wereld Oorlog stierf.
Kort geleden verklaarde President Ikeda : “Men moet strijden. Indien je op het moment van de actie aan anderen vraagt uw plaats in te nemen zonder zelf iets te doen, is dit list en lafheid. Het is door te strijden, door te lijden en door gekwetst te worden voor de correcte Wet dat men uiteindelijk Boeddha word. Indien men vermijd gekwetst te worden, indien men de anderen laat werken, kan men geen Boeddha worden. Hoe slechter de vijanden, hoe groter de weldaden men verkrijgt door hen te berechten. Met de grootste moed, moeten we strijden en de vijanden van de correcte Wet overwinnen. » (08/08/1992)

Waardevolle personen in de maatschappij

Zoals hij zelf schreef, heeft het waardeprobleem Makiguchi achtervolgd gedurende decennia. Reeds in zijn eerste boek ‘De Geografie van het Menselijk Leven ‘, beschreef hij de relatie tussen de Aarde en de mens om te trachten de wet van oorzaak en gevolg te vatten, die de mens aan zijn omgeving bindt. De gemeenschap, d.w.z. onze onmiddellijke omgeving, zowel sociaal als geografisch, vormt een centraal thema van zijn werk. Zij is tegelijkertijd het vertrekpunt van de opvoeding en de plaats waar het resultaat zich manifesteert.
In zijn maatschappelijk leven heeft de mens relaties, positieve of negatieve, met de gemeenschap tot dewelke hij behoort. Deze relatie wordt de waarde van de persoonlijkheid genoemd. In andere termen, als hij van weinig belang is voor de gemeenschap, is hij wat men zou kunnen noemen van weinig waarde.
In normale tijden is het niet eenvoudig om een onderscheid te maken tussen middelmatige mensen en mensen van uitzonderlijke waarde, maar wanneer de nood bij iedereen opkomt om zich in te spannen om een ernstige situatie beter aan te pakken, wordt de waarde van de persoonlijkheid, sterk of zwak, duidelijk getoond.
Onder diegenen die een collectief leven leiden in hun huis, in hun school, dorp, stad en maatschappij, kan men drie soorten individuen groeperen.

1. Iemand waarvan de aanwezigheid door iedereen in het algemeen gewenst is.
Iemand van dit type wordt niet opgemerkt in tijd van vrede, maar wordt bemind door allen. In geval van nood, wanneer hij afwezig is, spreekt men over hem als : « moest hij hier zijn … ! » Hij dient altijd als hechtende kracht voor de maatschappij. Het is een waardevol persoon.

2 Iemand wiens afwezigheid weinig belang heeft. Hij is banaal, gewoon, en zijn collega’s herinneren zich met moeite zijn aanwezigheid.

3 Iemand waarvan de aanwezigheid ernstig stoort. In het slechtste geval wordt hij door de maatschappij gehaat als een crimineel of hij vormt een constante bedreiging of speelt een storende rol.

Een universiteit van het leven

Op 18 november 1930 stichtte Makiguchi de Soka Kyoiku Gakkai, vereniging die opvoeders bijeen bracht, die hun werkwijze en het opvoedingssysteem van hun land wilden verbeteren. Niettegenstaande hij gans zijn leven aan de opvoeding gewijd had, liet hij deze tegen het einde van de jaren 30 los, om zich volledig aan zijn religieuze activiteiten voor de verspreiding van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin te geven.
Waarom deze grote verandering ? Meerdere factoren hebben zich samengevoegd, waaronder zeker een gevoel van frustratie om tevergeefs getracht te hebben het Japanse educatief systeem te humaniseren, maar vooral de groeiende opkomst van de militarisering en de verplichting tot de Shinto religie deden hem de hoogdringendheid inzien om de Japanse maatschappij in de diepte te transformeren, want hij had het juiste voorgevoel waartoe zulke verblinding Japan ging leiden. Van dan af wijdde hij al zijn energie aan de verspreiding van de leer van Nichiren Daishonin die 700 jaar eerder dezelfde strijd geleverd had.

Alhoewel de beweging niet meer hoofdzakelijk samengesteld is uit opvoeders, steunt de huidige Soka Gakkai op dezelfde principes ; zij is een universiteit van het leven waar personen van waarde, die de maatschappij zullen veranderen en de 21e eeuw creëren, zich kunnen oefenen.

Als conclusie laten we het woord aan President Ikeda :

« In zijn strijd tegen het militarisme eindigde President Makiguchi zijn leven zonder de dag van de overwinning te zien. Het is voor die reden dat President Toda en ikzelf de strijd op onze beurt opgenomen hebben in zijn naam : tegen de arbitraire macht, tegen de overtreding van de mensenrechten hebben we deze ‘ vesting van humanisme ‘ opgericht en gewild dat zij eeuwig en onvergankelijk zou zijn. Het is een kalligrafie van de hand van de Heer Makiguchi die de poort van de Soka Universiteit siert. De herinnering aan de silhouet van deze moedige man verlaat me nooit. De herhaalde kwellingen die hij onderging in de gevangenis hadden als enig gevolg zijn nobel gevoel van rechtvaardigheid te versterken. Dit is het vertrekpunt van de Soka Gakkai en ook de basis van de Soka Universiteit. Daarom moedig ik U aan de weg van rechtvaardigheid te volgen, zoals President Makiguchi het deed ». (18/03/1992)

Dood en Leven

LEVEN EN DOOD ZIJN VOLGENS HET BOEDDHISME TWEE FASEN VAN DE EEUWIGHEID

Over de dood praten is niet steeds eenvoudig. Het woord zelf roept dikwijls een verward gevoel op waarin zich angst, lijden en onbegrip mengen. Misschien daarom raadt Nichiren Daishonin ons aan : ”Bestudeer eerst de dood, dan de andere dingen”.

Het Boeddhisme zegt dat de dood niets anders is dan één van de fasen van de eeuwige cyclus van het leven. Daarom kunnen we de studie van de dood niet scheiden van de studie van het leven.

Het is de bedoeling de dood terug in haar juiste context te plaatsen, als een fenomeen dat noch tragisch, noch beangstigend is, aangezien zij de springplank is van de continuïteit van het leven.

De structuren van het leven.

Het boeddhisme ziet de dood als een etappe van een toekomstig nieuw begin. Het is een latente staat waarin het leven zich terug trekt in afwachting van een nieuwe manifestatie. Ons huidig leven is samengesteld uit een bepaald aantal verschijningsvormen die zich onder elkaar organiseren volgens een welbepaalde structuur.

De eerste structuur die we kunnen observeren is deze van de materiële wereld, die volgens het boeddhisme samengesteld is uit de vier elementen: aarde, water, vuur en lucht (soms voegt men er nog de ruimte aan toe als integratiefactor voor de vier anderen).

Elk van deze elementen komt overeen met een kwaliteit van de materie: aarde voor de vastheid, water voor het vloeibare, vuur voor de energie en lucht voor de beweging.

Zij vertegenwoordigen de wezenlijke krachten, inherent aan het universum en aan ons eigen leven.

Elementen en aggregaten

  1. Het element ‘aarde’ wordt in de buitenwereld vertegenwoordigd door bergen, rotsen, zand, stenen. In de innerlijke wereld van het lichaam komt het overeen met de harde delen zoals nagels, tanden, beenderen.

  2. Het element ‘water’ manifesteert zich onder de vorm van rivieren, zeeën, regen enz., en in het lichaam als bloed, lymfe, tranen en andere organische vloeistoffen.

  3. Vuur vinden we in de aardkorst onder de vorm van vulkanen; in het lichaam komt het overeen met warmte en verteringsprocessen.

  4. Lucht manifesteert zich buiten door orkanen en winden, binnen door ademhaling en het metabolisme van ons organisme.

 Bijgevolg is een levend wezen – net zoals het universum – gevormd door de tijdelijke vereniging van deze elementen, vanzelfsprekend niet te scheiden van zijn omgeving.

 De interactie tussen ons leven en de wereld gebeurt langs wat het boeddhisme de ‘vijf aggregaten’ noemt : de vijf functies of structuren die toelaten de elementen van de wereld van de materie samen te houden en te gebruiken. Het zijn de vorm, de waarneming, het begripsvermogen, de wil, het bewustzijn.

  1.  De vorm of materie , het fysieke aspect wat ook de vijf zintuigen bevat, het zien, het horen, het ruiken, het smaken en het voelen, die het contact met de buitenwereld mogelijk maken.
  2. de waarneming, de functie die de langs de zintuigen en de geest binnengekomen informatie integreert
  3. het begripsvermogen, de functie die toelaat ideeën en concepten te vormen door het gebruik van haar verbeelding, wat het resultaat van de waarneming kan beïnvloeden
  4. de wil, de beslissing om actie te ondernemen in overeenstemming met wat waargenomen en begrepen werd
  5. het bewustzijn, wat de mogelijkheid inhoudt om een oordeel te kunnen vellen en toelaat het goede van het kwade te onderscheiden, integreert de vier andere aggregaten. Zich herbronnend aan de essentie van het kosmische leven omvat het de bewuste en onbewuste lagen en daarbij ook de oorzaken gelegd tijdens de vorige levens.

Het universele leven wordt in het boeddhisme vergeleken met een oceaan en de individuele levens met de golven. Een golf komt op en vergaat, net zoals het individuele leven fases kent van dood en leven. Maar de golven blijven steeds deel uitmaken van de oceaan, die staat voor het universele leven zonder begin of einde.

Zo kunnen we ook begrijpen dat we over de dood heen in de diepte allemaal met elkaar verbonden blijven.