boeddhistisch studiecentrum

Study of some buddhistic topics (both Dutch and English)

Ichinen Sanzen, het Onbegrensde Potentieel van het Leven

ICHINEN SANZEN
Het Onbegrensde Potentieel van het Leven

Het boeddhisme heeft vooral aandacht voor de innerlijke sfeer van het menselijk leven en zoekt daarin de hoogste waarde. Mahayana boeddhisme in het bijzonder wijst op het ‘heilige’ van het leven omdat het, in latente vorm, de Boeddhanatuur bezit. Nichiren Daishonin leert ons dat alle schatten van het Universum niet opwegen tegen een menselijk leven, en dat mensen zowel zichzelf als de anderen zouden moeten respecteren als wezens begiftigd met de Boeddhanatuur.
Dit respect voor het leven is niet beperkt tot menselijke wezens maar omvat ook het leven van alle miljoenen soorten planten en dieren, evengoed begiftigd met inherente waardigheid. Voor het Boeddhisme zijn zelfs entiteiten die in het algemeen beschouwd worden als niet-gevoelig (niet-bewust) zoals gras, bomen, bergen, rivieren levend en bezitten zij hun eigen specifieke functies en kwaliteiten. In de sutras worden niet minder dan 498 planten genoemd. De ”Parabel van de Genezende Kruiden” legt uit dat al de verschillende bomen, struiken, genezende kruiden enz. kunnen genieten van de regen, zoals de Lotus Soetra zonder onderscheid en onpartijdig alle mensen tot verlichting kan brengen.
Vroeger leidde een antropocentrische benadering tot een dualistische visie van het “zelf” en het “andere”, “innerlijk” en “uiterlijk”, geest en het lichaam, de dualiteit van het spirituele en het materiële of die van de mensheid en de natuur.

Het Boeddhisme leert dat de weg naar de bevrijding van het lijden doorheen geboorte en dood in de bewustwording van een bredere levensvorm ligt voorbij de beperkingen van het eindige “zelf”.
Dit dualistisch denken lag aan de basis van de moderne beschaving en ook van de hedendaagse crisis van deze beschaving. Het Boeddhisme stelt dat de oplossing van deze crisissen gevonden moet worden in het begrijpen dat ons leven zich niet beperkt tot ons eigen leven alleen, maar ook het leven van anderen omvat, de wereld en zelfs het universum. Wellicht vinden we nergens een betere uiteenzetting van dit idee, dat het individu en de kosmos onafscheidbaar zijn, dan in het principe van ICHINEN SANZEN dat bepaalt dat één enkel levensmoment drieduizend werelden of gebieden omvat.
Andere principes vloeien daaruit voort, zoals dat van de eenheid van lichaam en geest (shikishin funi) en de eenheid van de persoon en zijn omgeving (esho funi).
Het filosofische systeem van ichinen sanzen werd ontwikkeld in China door een eminent Boeddhistisch theoreticus uit de zesde eeuw, T’ien-t’ai (door het keizerlijk hof in China als Groot Leraar beschouwd). Hij steunde zijn ideeën op de Lotus Soetra die in Oost Azië geleidelijk aan, deels door zijn inspanningen geëerd werd als de hoogste leerstelling van Boeddha Shakyamuni.

Ichinen sanzen is een begrip dat de onderlinge alomvattende relatie tussen de hoogste werkelijkheid van het leven en alle verschijningsvormen uitlegt.
Een letterlijke vertaling van het woord ichinen is “één gedachte” of “één geest” [ook één levensmoment genoemd]. Daarom is ichinen het ware aspect of de ultieme werkelijkheid van het leven dat op elk moment in het bestaan van de gewone sterveling voorkomt. Sanzen betekent drieduizend en verwijst naar de verschijningsvormen van de kosmos. Er zijn natuurlijk oneindig veel meer dan 3000 verschijningsvormen in het Universum, maar dit getal werd gebruikt om de veelvuldigheid van onveranderlijke wetten aan te duiden waarmee de ultieme werkelijkheid overeenstemt. Het getal 3000 is het resultaat van een vermenigvuldiging van de samengestelde principes van ichinen sanzen – die we verder in detail zullen bespreken.
Voorlopig kunnen we zeggen dat de samenstelling bestaat uit de Tien Werelden of levensstaten. Elk van hen bezit ook de 9 andere, zodat 100 werelden ontstaan. Elk van die 100 werelden is begiftigd met 10 factoren. Een eenvoudige vermenigvuldiging geeft ons 1000 staten. Uiteindelijk werkt elk van deze staten in drie gebieden en zo komen we aan een totaal van 3000 bestaansvormen.
Zo zien we dat het principe van ichinen sanzen de interactie onthult van moment tot moment, tussen de fenomenale wereld (wereld met al zijn veranderlijke verschijningsvormen) en de ultieme werkelijkheid van het leven (onveranderlijk, objectieve werkelijkheid).
Het leert ons ook dat alle verschijningvormen, zonder uitzondering in elk moment van het leven van een individu bestaan, en dat elk van deze momenten daardoor een oneindig potentieel bevatten.
In “Over het Bereiken van Boeddhaschap” schrijft Nichiren Daishonin:

“Het leven omvat op elk moment beide lichaam en geest en beide zelf en omgeving van zowel alle bewuste wezens in elke levensconditie als onbewuste wezens- planten, lucht en aarde, tot het miniemste stofdeeltje. Het leven doordringt op elk moment het Universum en wordt geopenbaard in alle verschijningsvormen.”

Zijn standpunt is dat het ichinen van het individu – het leven van een individu op elk moment – tegelijkertijd én het ganse Universum doordringt, én binnenin zichzelf alle wetten en verschijningsvormen van het Universum bevat.
Het is daarom letterlijk één in samenleving (coëxistent) met het Universum. Deze relatie tussen de microkosmos van het menselijk leven en de macrokosmos van het Universum is mysterieus – en prachtig.
Als we naar de fysische wereld kijken kunnen we gemakkelijk zien dat zelfs oneindig kleine dingen een enorm potentieel hebben. Alles wat in het Universum bestaat heeft zijn oorsprong in het “kosmisch ei” waarvan de fysici veronderstellen dat het onbeschrijfelijk klein was – misschien wel de grootte van een onderverdeling van een atoom.

We weten dat de fusie van minuscule nucleaire partikels de ontzettende energieën van de waterstofbom kan losmaken. Honderden miljoenen ’bits’ informatie zijn opgeslagen in een gen dat te klein is om met de microscoop waar te nemen. Men gaat ervan uit dat het menselijk brein ongeveer veertien biljoen neuronen telt, waarvan elk zijn vertakkingen spreidt om een netwerk te vormen met wellicht duizend andere neuronen. Het aantal verbindingen (synapsen) in het totale netwerk van de hersenen is van een onvoorstelbare omvang – ongeveer tien tot de triljoenste macht. In vergelijking met de totaliteit van subatomische partikels in het Universum is het potentieel van het menselijk brein virtueel oneindig.

Vanuit een tijdelijk standpunt zou men het leven op elk moment kunnen beschouwen als een dwarsdoorsnede van een ononderbroken continuüm dat zich uitstrekt van het oneindige verleden tot de oneindige toekomst.
We zouden iemands ichinen kunnen zien als een televisiebeeld. Op een seconde tijd flitsen er dertig beelden voorbij die een herkenbaar samenhangend bewegend beeld vormen. Maar de lengte van een moment, zoals uitgelegd in het boeddhisme is veel korter dan de lengte van een dezer beelden.

In de ‘Grote Commentaren bij de Abhidharma’ spreekt men over “vijfenzestig momenten in een enkele vingerknip”. Het boeddhistisch concept van een moment is van onwaarschijnlijk korte duur. Ons leven is een samenvoeging van een onmetelijk aantal van deze minieme momenten die ons zonder onderbreking van het verleden door het heden naar de toekomst voeren. Omdat de eeuwigheid bestaat uit momenten, en omdat elk moment de condensering is van een gans leven is het belangrijkste onze levensstaat op elk moment. Onze levensstaat van moment tot moment bepaalt onze algemene levensloop.

Eén van de eretitels die aan de Boeddha gegeven wordt is “De Aldus Gekomene” (Sanskriet: Tathagata) wat betekent “een persoon die gekomen is uit de wereld van de waarheid”. “De Aldus Gekomene” betekent ook “van moment tot moment uit de waarheid opstaan”, en duidt erop dat in elk moment de Boeddha de ultieme waarheid manifesteert. In een nog diepere betekenis kan “De Aldus Gekomene” of “Boeddha” begrepen worden als de ultieme werkelijkheid die zich in elk moment manifesteert als de wereld van de verschijningsvormen. Al gaat het moment zelf onvermijdelijk voorbij in de beweging van de tijd, het leven zelf transcendeert (overschrijdt) op elk moment het tijdelijk kader, omdat het de ultieme werkelijkheid bevat – die onveranderd blijft doorheen verleden, heden en toekomst. Dit is iets dat de gewone grenzen van ons begrip te boven gaat.

Josei Toda, tweede president van de Soka Gakkai, wanneer hij ichinen uitlegde, citeerde vaak een passage uit de “Soetra van Oneindige Betekenis” (Muryogi Soetra), een proloog voor de Lotus Soetra. Het is de volgende passage:
De entiteit is noch het bestaan, noch het niet bestaan; noch oorzaak, noch omstandigheid; noch zichzelf, noch een ander; noch vierkant, noch rond; noch kort, noch lang; noch opstaand, noch neergaand; noch geboorte, noch dood; noch schepping, noch verschijnsel, noch gemaakt;…. noch blauw noch geel, noch rood noch wit; noch scharlaken noch purper, noch enige andere kleur.

Deze opsomming van negaties dient om aan te tonen dat de ultieme werkelijkheid van het leven niet alleen de kracht van onze beschrijving overtreft, maar ook deze van ons begrip.
We kunnen de fysieke en mentale activiteiten van onze levens tot op een zeker punt observeren met behulp van disciplines zoals biologie, biochemie, fysiologie en psychologie; maar de verschijningsvormen waarover deze wetenschappen zich buigen zijn slechts uitdrukkingen (manifestaties) van het leven, niet het leven zelf. De ultieme werkelijkheid van het leven is ongrijpbaar en onzichtbaar, vrij van tijd en ruimte. Niettemin manifesteert zij zich in elk moment als de fenomenale wereld (waarneembare wereld).
…..
Geboorte en dood zijn dus natuurlijke uitdrukkingen van de eeuwige werkelijkheid van het leven. Deze eeuwige werkelijkheid (altijd in beweging) is op haar beurt de altijd veranderende verschijningsvorm van geboorte en dood (wisselwerking). De eeuwige werkelijkheid (ongrijpbaar en onzichtbaar) is de scheppende kracht die de verschijningsvormen (tastbaar en zichtbaar) constant verandert. Bevrijding van het lijden onder deze veranderingen komt enkel op het moment dat we ontwaken tot de tijdloze waarheid aanwezig in ons ichinen.
Dan, zo zegt Nichiren Daishonin: “herhalen we de cyclus van leven en dood veilig op de aarde van onze inherente verlichte natuur”.
…..
Elk afzonderlijk moment overschrijdt de grenzen van ruimte en tijd om zo één te worden met de kosmische levenskracht – de ultieme werkelijkheid van het Universum. Alle levensvormen zijn eindeloos onderling verbonden in de wijde totaliteit van het kosmisch leven en toch verliest geen enkele van hen ooit zijn specificiteit.

Nichikan Shonin, de 26e hogepriester van Nichiren Shoshu, drukte dat idee uit in zijn werk “De Drievoudige Geheime Leer”:
“In het licht van de Lotus Soetra heeft de zin “drie duizend werelden in een enkel levensmoment” twee betekenissen: te omvatten en te doordringen. Enerzijds is gans het Universum inbegrepen in elk moment, en anderzijds doordringt elk moment gans het Universum. Elk moment is als een stofdeeltje dat alle elementen van alle landen in het Universum bezit, of een druppel water waarvan de essentie op geen enkele manier verschilt van de wijde oceaan zelf.

Laten we nu kijken naar de relaties die er bestaan tussen de samenstellingprincipes die in elk moment of ichinen sanzen bevat zijn. Het zijn de Tien Werelden, hun onderlinge insluiting, de tien factoren en de drie gebieden.

Tien Werelden = geen fysieke plaatsen maar levensstaten, levenscondities

Tien factoren = een analyse van die aspecten van het leven die constant blijven in alle veranderende verschijningsvormen

Drie gebieden = a. gebied van de 5 componenten van het individuele leven (vorm, waarneming, begrip, wil, bewustzijn), b. gebied van de levende wezens, c. gebied van de omgeving).
…..

De 3000 gebieden weerspiegelen de immense verscheidenheid van het leven. In de loop van de geschiedenis hebben de mensen zich gerealiseerd dat alle verschijningsvormen in de natuur onzeker en van voorbijgaande aard zijn en zijn daardoor beginnen zoeken naar een eeuwige onveranderlijke waarheid van het leven. Verscheidene leerstellingen hebben een verschillende uitleg gegeven aan de relatie tussen de absolute waarheid en de efemere (vergankelijke) wereld waarin we leven. Sommigen hebben gesuggereerd dat de ultieme waarheid de wereld regeert vanuit een hoger vlak; anderen dat het voorbij of achter de verschijningsvormen moet gezocht worden; of dat alle verschijningsvormen eigenlijk slechts illusie zijn en dat alleen de ultieme waarheid reëel is. Zulke dualistische tendensen zijn te vinden in Boeddhistische leerstellingen die de Lotus Soetra voorafgingen: in het algemeen gingen zij ervan uit dat de geest aan de basis lag van alle verschijningsvormen en dat alle verschijningsvormen uit de geest voortkwamen.
Daartegenover staat het principe van Ichinen Sanzen, gebaseerd op de Lotus Soetra, waarbij de geest (op elk moment in ons leven) en de verschijningsvormen van het Universum “twee maar niet twee zijn”(funi). Alle verschijningsvormen zijn manifestaties van de ultieme werkelijkheid en de ultieme werkelijkheid bestaat slechts in de veranderende verschijningvormen: met andere woorden geen van beide kan bestaan, onafhankelijk van de ander. Zo vormen alle evenementen van het Universum als manifestaties van ons ichinen, een enkele entiteit, zodat elk individu in directe verbinding staat met al het andere van het Universum.

Elk levensmoment van elk levend wezen doordringt de 3000 gebieden, en de 3000 gebieden zijn bevat in elk van deze momenten. Vanuit het standpunt van het principe van Ichinen Sanzen bezit elkeen het potentieel om een Boeddha te worden, ontwaakt tot de eeuwigheid en grenzeloosheid van het leven. Wat de mensen meestal ervaren is nogal verschillend van dit potentieel. Dit verschil herkennende formuleerde T’ien t’ai twee zienswijzen over ichinen sanzen – de theoretische en de actuele of concrete.
Onder theoretisch ichinen sanzen verstond hij het leven van gewone stervelingen of niet verlichte mensen, doorheen de negen werelden van hel tot Bodhisattva, waarin de Boeddhanatuur slapende (latent) is. Actueel ichinen sanzen duidt op het leven van de Boeddhanatuur; d.w.z. het leven waarin de Boeddhanatuur volledig manifest en actief is.
Het ichinen sanzen beschreven in het tweede (Hoben) hoofdstuk “Geschikt Middel” van de Lotus Soetra, wordt beschouwd als theoretisch omdat het Boeddhaschap uitlegt als een potentieel, inherent in de mensen van de Negen Werelden aanwezig.
Het ichinen sanzen vermeld in het zestiende (Juryo) hoofdstuk “Levensspanne van de Tathagata” wordt beschreven als actueel omdat het Boeddhaschap als een werkelijkheid toont, gemanifesteerd in het leven van Shakyamuni.

Volgens het Boeddhisme van Nichiren Daishonin nochtans is zelfs de versie van ichinen sanzen, beschreven in het zestiende hoofdstuk, onvolledig omdat het slechts beschreven staat als een gevolg dat wil zeggen als de verlichting die Shakyamuni bereikte ergens in het verre verleden. Daar de beschrijving van ichinen sanzen in het zestiende hoofdstuk de oorzaak niet onthult die het Shakyamuni mogelijk maakte zijn oorspronkelijke verlichting te bereiken, schiet het tekort als volledige opheldering van de ultieme werkelijkheid.

Het was Nichiren Daishonin die de oorspronkelijke oorzaak van de verlichting van Shakyamuni identificeerde – en vanzelfsprekend de verlichting van alle Boeddha’s – als Nam Myoho Renge Kyo, of de Mystieke Wet. In het hoofdstuk “De Essentie van de Levensspanne van de Tathagata” schrijft hij: “Nam Myoho Renge Kyo, het hart van het hoofdstuk ‘de Levensspanne van de Tathagata’, is de moeder van alle Boeddha’s van de 10 richtingen en de drie bestaansvormen van verleden, heden en toekomst.”
Nichiren Daishonin zocht een manier om de realisatie van ichinen sanzen open te stellen voor allen, een beoefening die niet alleen het innerlijke gebied van het leven zou verlichten, maar tegelijk de wereld zou veranderen waarin we leven.
Daarvoor belichaamde hij zijn verlichting tot de Wet van Nam Myoho Renge Kyo in de vorm van een mandala, Gohonzon genoemd die in zijn leerstellingen het fundamentele Object van Toewijding is. De Daishonin onderricht dat geloof in de Gohonzon (niet te beschouwen als buiten onszelf) en het reciteren van Nam Myoho Renge Kyo op zichzelf het “observeren van de geest” uitmaakt, of het bereiken van Boeddhaschap. Door het optekenen van de Gohonzon stelde hij een weg open waarbij alle mensen, op gelijke wijze ichinen sanzen zouden kunnen realiseren en Boeddhaschap bereiken in hun gewone leven.

[ ichinen sanzen = het zich bewust zijn van de onderling afhankelijke relatie tussen alle verschijningsvormen van het Universum en de ultieme werkelijkheid.
kyochi myogo = de fusie van de individuele wijsheid met de ultieme werkelijkheid.]

Tien levensstaten of levensomstandigheden die we ervaren.

Het principe van de 10 levensstaten beschrijft de subjectieve gevoelens die het “zelf” ervaart op het meest fundamentele niveau van het leven. Hel. Honger. Dierlijkheid. Woede. Menselijkheid (rust). Hemel. Leren. Realiseren (creativiteit). Bodhisattva. Boeddhaschap.

De oorsprong ligt in een kosmologische theorie waar de afzonderlijke werelden waarin de mensen herboren werden bepaald werd door de aard van het geaccumuleerde karma.
Zo was ‘Menselijkheid’ de wereld van de mensen. ‘Dierlijkheid’ was de wereld van de dieren. ‘Hemel’, de verblijfplaats van de goden. ‘Hel’, een onderaardse gevangenis.
Nichiren Daishonin zei: “al deze staten bestaan in ons lichaam van 5 voet”

Hel extreem lijden en wanhoop – destructieve neiging tegenover zichzelf en anderen
Honger wereld van hebzucht en jaloersheid, onverzadigbare verlangens naar objecten of ervaringen zoals rijkdom, roem, macht, genot,
Dierlijkheid gedreven door overlevingsinstincten zonder rede of moraal: jungle wet, het misbruiken van zwakkeren en het vleien van de sterkere
Woede een verwrongen ego, dat wil winnen over anderen, koste wat het kost – alles wordt levensbedreigend en ondergeschikt
Menselijkheid aardse stabiliteit, controle over onze instinctieve verlangens zodat liefde en welwillendheid naar boven kunnen komen – juist oordeel en onderscheiden van goed en kwaad – humaan gedrag
Hemel intense vreugde omwille van een vervuld verlangen of het stoppen van een lijdensweg – tijdelijk geluk afhankelijk van uiterlijke omstandigheden
Behoort nog tot de zes lagere staten

Vier volgende staten kunnen slechts bereikt worden door volhardende inspanningen.

Leren zoeken naar waarheid in de onderrichtingen of ervaringen van anderen “Shomon”=”stemhoorders” oorspronkelijk gebruikt voor discipels die de Boeddha in eigen persoon hadden horen spreken (Sanskriet:shravaka)
Realizeren zoeken naar waarheid door eigen rechtstreekse waarneming “Engaku” = onafhankelijk tot het begrip van de Boeddhistische waarheden komend (Sanskriet: pratyekabuddha)
“Twee voertuigen”, levensstaat waarin we ons de tijdelijkheid van alle dingen realiseren en daardoor een stap doen naar onafhankelijkheid – niet meer afhankelijk van de externe factoren. Opletten niet te vervallen in hoogmoed.
Bodhisattva mededogen en altruïstisch gedrag, bewust van de band die alles en iedereen onderling verbindt – niet gedeelde vreugde is onvolledig en illusoir – de Bodhisattva wijdt zich aan het verlichten van de pijn van anderen – zelfs ten koste van zichzelf
“Negen werelden” van de gewone sterveling

Boeddhastaat gekenmerkt door perfecte en absolute vrijheid

De onderlinge samenhang van de 10 werelden
Nichiren Daishonin schrijft in zijn verhandeling “Het Openen van de Ogen”:
“Het concept van Ichinen Sanzen begint met het begrijpen van de onderlinge samenhang van de 10 werelden of levensstaten.” Het principe toont ons dat het leven niet vastzit aan één van de 10 vormen, maar op elk moment kan zich een van de 10 manifesteren

Slapende, latente levensstaten worden manifest en gaan terug over in latente toestand. In elke levensstaat bestaan de andere 9.
Elkeen heeft één of enkele dominerende levensstaten. Als we Boeddhaschap kunnen instellen als onze onveranderlijke basis, zodat ons individuele leven samensmelt met de Boeddhastaat van de kosmos, creëren we zeker een leven van onbeperkt geluk en absolute vrijheid.

De Tien Factoren

De Tien Factoren vinden we in “Geschikte Middelen”, het tweede hoofdstuk van de Lotus Soetra:
“De ware entiteit van alle verschijningsvormen kan slechts begrepen en gedeeld worden onder Boeddha’s. Deze realiteit bestaat uit vorm, aard, wezen, kracht, invloed, inherente oorzaak, relatie (of externe oorzaak), latent gevolg, waarneembaar gevolg en hun onderlinge samenhang van begin tot einde.”

De uitdrukking “alle verschijningsvormen” kan ook als betekenis hebben, de Tien Werelden van Hel tot Boeddhastaat.
Het principe van de tien factoren is de ontleding van deze levensaspecten die constant blijven in al de veranderende verschijningsvormen.
Terwijl de Tien Werelden de veranderende uitdrukkingen van het leven beschrijven, verklaren de tien factoren de verschillende aspecten of invloeden van het bestaan, die voorkomen in elk van die Tien Werelden, van Hel tot Boeddhastaat.
Het leven in elk van de Tien Werelden bezit dezelfde tien factoren. Het principe van de tien factoren maakt het ons ook mogelijk te begrijpen hoe het leven verspringt van één van de Tien Werelden naar een andere.

In de Japanse tekst van de Soetra, gaat het woord “nyoze”, dat letterlijk “zoals dit” betekent, de namen van al de tien factoren vooraf. Dit duidt erop dat alle tien het ultieme wezen van het leven zichtbaar maken. We bekijken elk van de tien factoren:

Vorm (Jap. nyozeso), beschrijft het waarneembare der dingen, aan de buitenkant. De factor vorm omvat kleur, vorm en gedrag. In termen van het menselijk wezen, verwijst ‘vorm’ naar het fysieke aspect van ons bestaan, ons lichaam en zijn verschillende functies.
Aard (Jap. nyozesho). Dit beschrijft de inherente beschikking, of de kwaliteiten die niet aan de buitenkant zichtbaar zijn. In termen van het menselijk bestaan, verwijst de factor ‘aard’ naar de spirituele aspecten van het leven, zoals de geest en het bewustzijn.
Wezen (Jap. nyozetai), de entiteit van het leven die zich manifesteert tegelijk als uiterlijke verschijningsvorm en innerlijke aard, maar op zichzelf geen van beide is. Het is het wezen van het leven in elk van de Tien Werelden. [de entiteit is niet de som van de het fysieke en het spirituele, maar brengt de twee voort]

Deze eerste drie factoren beschrijven het leven vanuit een standpunt van rust; zij beschrijven wat leven is. De volgende zes factoren daartegenover, beschrijven de dynamische functies van het leven: kracht en invloed beschrijven de werking van het leven met betrekking tot de ruimte, terwijl de andere handelen over causaliteit en de verklaring van de levensfuncties met betrekking tot de tijd.

Kracht (of energie)(Jap. nyozeriki), de vierde van de factoren, is de inherente capaciteit van het leven om tot actie over te gaan – zijn potentiële sterkte of energie om iets te bereiken. Om enkele voorbeelden te geven, het leven in de staat van Menselijkheid (of Rust) bezit de kracht om de ethische waarden na te leven, en het leven in de staat van Bodhisattva heeft de kracht anderen van het lijden te verlossen.
Invloed (Jap. nyozesa) vertegenwoordigt de actie of de beweging voortgebracht door het activeren van de inherente kracht van het leven. Het is het uitoefenen van de invloed, goede of slechte, in gedachte, woord of daad. Deze twee factoren – kracht en invloed – impliceren het bestaan van een object waarop de beweging of actie gericht is. Wanneer ze vergezeld is door de dynamische factoren van kracht en invloed, kan de entiteit beschouwd worden als een ‘autonoom zelf’ dat actie kan nemen met betrekking tot andere bestaansvormen.

De volgende vier factoren leggen uit hoe de acties van dat ‘zelf’ het van de ene levensstaat naar een andere doet overspringen.

Inherente oorzaak ( Jap. nyozein) is de latente oorzaak in het leven [bvb. een gedachte], die gelijktijdig een latent gevolg inhoudt van dezelfde aard; d.w.z. dat een goede oorzaak een goed gevolg voortbrengt en een slechte oorzaak een slecht gevolg.
Uitwendige oorzaak of relatie (Jap.nyozeen), is de functie die het leven met zijn omgeving verbindt; het werkt als een aanvullende oorzaak Een interne oorzaak, geactiveerd door een relatiefactor, ondergaat een verandering en veroorzaakt tegelijkertijd een nieuw latent gevolg dat zich vroeg of laat zal manifesteren.’ Relatie’ kan gezien worden als de verbinding tussen het leven zelf en de externe invloeden. Wanneer er een inherente oorzaak geactiveerd wordt door de factor ‘relatie’, ontstaat er een gevolg in het diepst van ons wezen.
Latent gevolg (Jap.nyozeka). ontstaat gelijktijdig met de inherente oorzaak. Er is vaak een tijdspanne tussen een actie (oorzaak) en het waarneembaar gevolg.
Waarneembaar gevolg (Jap. nyozeho) is het concrete , zichtbare resultaat dat voorkomt uit de innerlijke oorzaak en het latente gevolg. Waarneembaar gevolg duidt ook op de ervaring uit de gevolgen van de oorzaken die we in het verleden gelegd hebben.

Samenhang van het begin tot het einde (Jap. nyoze hommatsu kukyoto) is de integrerende factor, die de andere negen in elk levensmoment verenigt. Met andere woorden, waar er één factor is, moeten de andere negen ook aanwezig zijn.

De Drie Gebieden (waarin de 10 factoren zich manifesteren – vandaar het 3x herhalen van de nyoze’s tijdens onze dagelijkse recitatie)

Het gebied van de 5 componenten bestaat uit een analyse van de fysieke en mentale functies van het leven. De 5 componenten zijn : vorm, / waarneming, indruk (verwerking van de waarneming), wil en bewustzijn (waardeoordeel, onderscheid van goed en slecht).

Het gebied van de levende wezens
We leven in een continue interactie met anderen (wederzijdse invloeden)

Het gebied van de omgeving
Omvat alle niet-gevoelige bestaansvormen zoals rotsen, bergen, water enz. Reacties op toestanden in een land dat op zichzelf verschillende emoties kan losmaken.

De Drie Gebieden vertegenwoordigen de actuele wereld van het individu.

Gedeeltelijke vertaling van ICHINEN SANZEN Life’s Unlimited Potential, uit het boek UNLOCKING THE MYSTERIES OF LIFE AND DEATH: BUDDHISM IN THE CONTEMPORARY WORLD by DAISAKU IKEDA. Vert. Guy Bae

Eenheid van Lichaam en Geest (Shikishin funi)

Lichaam en Geest, als twee aspecten van dezelfde ultieme realiteit, zijn onscheidbaar. Als we spreken over het “materiële” refereren we naar al de fysieke, zichtbare verschijningsvormen met inbegrip van het menselijke lichaam, met het “spirituele” bedoelen we al de onzichtbare, mentale fenomenen zoals de werking van de rede, verstand, emotie en wil. Lichaam en Geest beïnvloeden elkaar zodanig dat fysische symptomen zoals maagzweren of spierspanningen gevolgen kunnen zijn van emotionele stress. Andersom kunnen tekort aan vitaminen of veranderingen in de bloedspiegel de emotionele toestand van iemand aantasten. Deze onderlinge beïnvloedingen hebben geleid tot de zogenoemde ‘psychosomatische geneeskunde’. Zo ontstaat er ook een discussie of de werkelijke dood intreedt bij de hartstilstand of het stilvallen van de hersenfuncties. Spirituele activiteit is onmogelijk zonder hersencellen. Toch zijn de hersenen slechts de fysische zetel van deze activiteiten. Door elektrische stimulatie van bepaalde hersendelen heeft men kunnen achterhalen dat de mens hierop reageert zonder eigen controle over zintuigen of ledematen. Er konden zelfs bij de patiënten herinneringen uit het verleden opgeroepen worden met alle gedachten en gevoelens die ze op dat moment hadden. Het aantal gegevens dat een menselijk brein te verwerken krijgt in een leven van 70 jaar wordt geschat op 15 triljoen. Volgens een aanvaarde theorie in de neurowetenschappen benadert de hoeveelheid informatie in een menselijk brein de inhoud informatie van het ganse Universum. De inhoud informatie van het Universum op het ogenblik van de big bang was voldoende om alle sterren en planeten met inbegrip van de aarde te doen ontstaan met alle leven dat het bevat.
Daarom is het redelijk te zeggen dat de informatie dat elk menselijk brein bevat van dezelfde grootte, omvang en duur is als dat van het Universum. In de “Optekening van de Mondeling Overgedragen Leerstellingen” zegt Nichiren Daishonin:”De Aarde stelt het fysieke voor en de ruimte het spirituele. Deze twee categorieën van fenomenen zijn onscheidbaar”. De Daishonin onderrichtte dat het Universum als een geheel kan gezien worden, als een wisselwerking tussen het materiële en het spirituele. We kunnen zeggen dat beide fenomenen manifestaties zijn van de Mystieke Wet die de ultieme en onveranderlijke werking is van het leven en het Universum. “Dat wat gestalte geeft aan de eenheid van lichaam en geest is de ene ultieme werkelijkheid”. “De eenheid van lichaam en geest” is daarom de uitdrukking die de ultieme werkelijkheid van het leven beschrijft.

Introductie: het boeddhisme van Nichiren Daishonin

HET BOEDDHISME VAN NICHIREN DAISHONIN

Filosofie en religie ten dienste van de mens van de 21e eeuw

De mens wordt gedreven door hoop op geluk, welzijn en vrijheid. De middelen die we daartoe gebruiken zijn echter niet altijd de juiste, omdat dit doel zo vaag is en omdat een duidelijke handleiding ontbreekt. Toch hopen we zo snel mogelijk voldoening en oplossingen te vinden in een ontmoeting, geld en macht, zelfs al weten we dat ze gepaard kunnen gaan met pijn, angst, frustraties etc… .
Geluk en vrijheid zijn nauw met elkaar verbonden.
Meestal wordt gedacht dat vrijheid betekent “doen wat we willen zonder verantwoording hoeven af te leggen.”. Maar eigenlijk is vrijheid onafhankelijk worden van externe factoren, los komen van het juk van allerlei opgedrongen patronen en keurslijven: de ontdekking van je ware zelf en het open stellen van je hart.
Zo kunnen we ook slechts het ware geluk vinden door vrij te worden van emotionele afhankelijkheid en van gehechtheid aan het vergankelijke. Het geluk dat we buiten onszelf zoeken is breekbaar en kan plotseling stuk gaan door scheiding, dood, ziekte, bankroet, ongeluk, jaloezie, afgunst, hoogmoed en noem maar op.

Een onverwoestbaar geluk dat opgebouwd wordt binnen in jezelf maakt je in alle omstandigheden vrij. Dit wil zeker niet zeggen dat je alle betrokkenheid verliest en je gevoelsleven opgeeft. Integendeel!
Dit onverwoestbaar geluk is de beste basis voor een goede diepe relatie, goede werkgelegenheid, familiale harmonie, goede gezondheid, etc. Die basis kunnen we leggen door het verhogen van onze levensstaat.

Hoe kan ik mijn levensstaat verhogen?
Om onze levensstaat te kunnen verhogen, moeten we de werking van de universele Wet begrijpen.

De universele Wet
De universele Wet omvat de positieve en negatieve krachten die alom aanwezig zijn, buiten en binnen onszelf. Zij is de allesdoordringende energie die het leven regeert. Tot in de kleinste deeltjes, atomen, protonen, quarks, bestaan wij als microcosmos, één met de macrocosmos van het universum. Alles is onderling verbonden en onderling afhankelijk, in de menselijke, dierlijke, plantaardige en minerale wereld. Alles is onderhevig aan een doorlopende beweging van verschijnen en verdwijnen (leven en dood, dag en nacht, de seizoenen, het afsterven en vernieuwen van de cellen in ons lichaam enz.). Alles is veranderlijk, niets blijft zoals het is.
De onzichbare Wet van het universum is permanent aanwezig, buiten ruimte en tijd, in het leven en in de dood.
De voortdurende veranderende verschijnselen leiden tot zichtbare materiële manifestaties van energie (leven) en latente fases(dood). Zichtbaar en latent zijn de twee aspecten van de oneindige tijdloze essentie van ons bestaan.

De universele Wet is de wet van oorzaak en gevolg.
Vanaf de geboorte wordt ons leven bepaald door de gevolgen van de oorzaken (goede en slechte), die we in vorige levens gelegd hebben. Door in dit leven niewe oorzaken te leggen (door denken, spreken en handelen) blijven we de daarbijhorende gevolgen opstapelen. Oorzaak en gevolg zijn simultaan, maar de gevolgen manifesteren zich niet noodzakelijk onmiddelijk.

Karma is het pakket met gevolgen dat we in onze tijdloze essentie van leven tot leven meedragen.
Karma (goed en slecht) beïnvloedt onze levensstaat, en van die levensstaat hangt precies alles af. Wij kunnen onze levensstaat verbeteren door ons negatief karma om te zetten en zo niet meer met dezelfde steeds weerkerende, niet afgewerkte problemen geconfronteerd te worden (bv dezelfde soort relatie, terugkomende ziekte, dezelfde financiële moeilijkheden etc.) De ziekten, moeilijkheden, en tegenslagen in ons leven ontmoeten we opdat we op zoek zouden gaan naar een oplossing om gelukkiger te worden, d.w.z. om ons karma te zuiveren, ons lijden te laten ophouden.
Hoe kunnen we onze menselijke revolutie maken en ons slecht karma omzetten om een hogere levensstaat te bereiken?
Door de beoefening van het Boeddhisme nemen we ons leven in eigen handen. We halen onze beste individuele mogelijkheden naar boven en gebruiken ze op de meest efficiënte wijze. Ons kleine ego moet plaats maken voor een groot medegevoel. Jezelf onder ogen te zien is echter een hele uitdaging. Er kan ongekende negativiteit aan de oppervlakte komen en er moet soms een hele strijd geleverd worden. Maar het gevoel van de overwinning is des te groter en bevredigender. Uitendelijk gaat het erom je hart en je ganse leven te openen.

Waarom Boeddhisme?
Het Boeddhisme is de religieuze filosofie die steunt op het principe van oorzaak en gevolg, de oorzakelijke Wet aanwezig in verleden, heden en toekomst, de drie fasen van het leven. Het Boeddhisme legt uit dat geluk en ongeluk in dit leven, gevolgen zijn van vroeger gelegde oorzaken, en geen opgelegde straf door een hogere kracht of een opperwezen dat buiten ons bestaat.
We hoeven niets buiten onszelf te zoeken en we zijn 100% verantwoordelijk voor onszelf en voor wat er in onze onmiddelijke omgeving gebeurt.

Waarom dít Boeddhisme?
Het Boeddhisme gaat met ongeveer 3000 jaar terug tot Shakyamuni (Siddharta Gautama), die verscheidene leerstellingen uiteenzette gedurende 50 jaar. De acht laatste jaren van zijn leven openbaarde hij de Lotus Soetra als de ware leer en wees wat voorafging af als voorlopige leerstellingen.

Het Boeddhisme kent twee grote bewegingen, het Hinayana (kleine voertuig), en het Mahayana (grote voertuig).
Het Hinayana wordt voornamelijk beoefend in kloosters en is in de eerste plaats gericht op persoonlijke verlichting door het volgen van strenge precepten en beoefening. De benaming Hinayana werd gegeven door diegenen die het boeddhisme terug voor iedereen toegankelijk wilden maken, de oprichters van het Mahayana. In het Mahayana boeddhisme streeft men tegelijkertijd zijn eigen voorspoed na en dat van de ander.
Het Mahayana is onderverdeeld in het voorlopige Mahayana (Hodo en Hannya soetra’s) en het ware Mahayana, de Lotus Soetra, die Shakyamuni de 8 laatste jaren van zijn leven onderrichtte. De eerste helft van de 28 hoofdstukken tellende Lotus Soetra is de theoretische leerstelling, maar het belangrijkste uit het ware Mahayana bevindt zich in de 2de helft, namelijk de essentiële leerstellingen van de Lotus Soetra. Shakyamuni verkondigde dat het de wezenlijke leer was, die de voorlopige leerstellingen verving. Al de voorafgaande leerstellingen waren er gekomen ten gevolge van de noden die door de mensen geformuleerd werden.
De Lotus Soetra echter wordt de “spontane onderrichting” genoemd omdat ze ontstond uit de beslissing van Boeddha Shakyamuni zelf, die vond dat zijn volgelingen nu voldoende voorbereid waren. Hierin openbaart hij een totaal nieuwe visie, waar de Boeddhastaat a priori in elkeen aanwezig is en dat hierdoor elkeen de verlichting kan bereiken (wat daarvoor o.a. onmogelijk was voor vrouwen, die eerst als man moesten herboren worden). Shakyamuni zegt in het 16de hoofdstuk van de Lotus Soetra ook, dat hij de verlichting niet voor het eerst in dit leven bereikte onder de Bodhi boom in Bodh Gaya, maar een onvoorstelbaar lange tijd (gohyaku jintengo) geleden en dat hij steeds weerkeert om de mensen de weg naar het geluk te tonen. Hij zegt dat hij in die periode ontelbare Bodhisattva’s ( de ’Bodhisattva’s uit de Aarde Gekomen’ uit het 15de hoofdstuk) heeft opgeleid om in de donkere periode van Mappo, 5 x 500 jaar na zijn dood, voor tienduizend jaar en meer, de mensen naar de verlichting te leiden.

Volgens het Hinayana komt de oorzaak van lijden voort uit de aardse verlangens. Deze moeten worden uitgeroeid om het lijden te stoppen. Consequent doorgetrokken betekent dit ook een verwerpen van alle verlangens die leiden tot het behoud van het leven zelf en tot het bevorderen van het geluk van de ander. Het ware Mahayana (Lotus Soetra) verkondigt, in tegenstelling tot het Hinayana en het voorlopige Mahayana, niet het uitroeien van de aardse verlangens, maar het omzetten van deze verlangens in verlichting (bono soku bodai). Het propageert de noodzaak om een zuivere en krachtige levensstaat te manifesteren (boeddhaschap), dat de mensen in staat stelt hun verlangens te beheersen en te richten in plaats van ze uit te roeien.

Het Hinayana van de oude theravadaschool verspreidde zich langs Ceylon (nu Sri Lanka) naar Zuidoost- Azië, Tailand en Birma.
Het Mahayana- boeddhisme werd uitgedragen naar China, waar het tussen de tweede en de vijfde eeuw in alle zuiverheid werd bewaard. Kumarajiva (344-409)vertaalde de Lotus Soetra uit het sanskriet naar het Chinees in het begin van de 5e eeuw. In China was het T’ien t’ai (537-597) die de totaliteit van Shakyamuni’s onderrichtingen classificeerde. Hij wees de Lotus Soetra aan als de hoogste leer en tekende er zijn commentaren bij op in de uit zes delen bestaande Maka Shikan. Dengyo haalde de Lotus Soetra naar Japan, waar in de dertiende eeuw Nichiren Daishonin (1222-1282) deze als de meest waardevolle van alle boeddhistische leerstellingen aanduidde. Hij tekende de Dai Gohonzon op, een mandala ten behoeve van alle mensen, waarop centraal in Chinese karakters staat: Nam Myoho Renge Kyo, Nichiren.

Nichiren Daishonin ( 1222 – 1282)
Nichiren Daishonin werd geboren op 16 februari 1222 te Kominato, Japan, in een visersfamilie (laagste maatschappelijke stand in het feodale Japan). Op 12 jarige leeftijd begeeft hij zich naar de Seicho-ji tempel en gaat vier jaar later in de leer bij zijn meester Dozen-bo. Na het bestuderen van alle bestaande soetras in Kamakura en Kyoto, bevestigt hij (in de lijn van T’ien t’ai -China 6e eeuw – en Dengyo -Japan 9e eeuw-) de hoogste waarde van de Lotus Soetra en reciteert voor de eerste maal Nam Myoho Renge Kyo op 28 april 1253.

Indruisend tegen de courante scholen van die periode (Nembutsu, Shingon, Zen, Ritsu) ondergaat hij verscheidene vervolgingen, veroordelingen en verbanningen. Na een bijna onthoofding te Tatsunokuchi op 12 september 1271 onthult hij zijn ware gedaante als Fundamentele Boeddha sinds Kuon Ganjo (tijdloze zonder begin en zonder einde).
Hij schrijft brieven met aanmoedigingen aan zijn volgelingen en waarschuwingen aan de toenmalige regent, waarin hij interne oorlogen (tussen shogunaten) en invasies (Mongolen) voorspelt, indien de correcte Wet niet wordt ingesteld om de vrede in het land te brengen (Rissho Ankoku Ron). Nichiren Daishonin laat ook talrijke verhandelingen en geschriften na zoals “Het openen van de ogen” , “De Erfenis van de Hoogste Wet van het Leven” etc. Hij tekent de Dai Gohonzon op op 12 oktober 1279. Hij duidt Nikko Shonin aan als zijn opvolger en overlijdt op 13 oktober 1282 .

Nam Myoho Renge Kyo
Myoho Renge Kyo is de titel van de Lotus Soetra en staat voor de Universele Wet. Namu (daaraan toegevoegd door Nichiren) is de aanroeping van de Mystieke Wet van het universum. Door er op de Dai Gohonzon zijn naam aan toe te voegen drukt Nichiren Daishonin de eenheid van de Wet en de Persoon uit. Daarmee geeft hij meteen aan dat er geen scheiding bestaat tussen de gewone sterveling en de Universele Wet, of het nu Nichiren betreft of wie dan ook.

Alle levensverschijnselen zijn manifestaties van de universele Wet. Nam Myoho Renge Kyo betekent: Ik wijd me aan (Namu) de Mystieke Wet (Myoho) van de Lotus (Renge) Soetra (Kyo). De lotus staat symbool voor de gelijktijdigheid van oorzaak en gevolg omdat hij tegelijkertijd bloeit en zaad draagt. Hij staat ook symbool voor de zuivere bloem die zich kan ontwikkelen dank zij de modder waaruit zijn wortels de kracht halen, zoals wij onze moeilijkheden en obstakels moeten gebruiken om te groeien.

Waarom “Mystieke Wet”?
In het tweede hoofdstuk van de Lotus Soetra zegt Shakyamuni: “… De wijsheid van de Boeddha’s is oneindig diep en onpeilbaar. De toegang tot deze wijsheid is moeilijk te bevatten en moeilijk te betreden. … De ware entiteit van alle verschijnselen kan alleen begrepen en gedeeld worden door Boeddha’s. …” (Wat er ook op wijst dat zijn volgelingen niet konden vragen naar iets waarvan zij het bestaan niet konden vermoeden.)

Boeddha betekent verlichte, hij of zij die de hoogste levensstaat bereikt. Ieder van ons heeft de zuivere boeddhanatuur in zich en kan die in dit leven tot die hoogste levensstaat ontwikkelen, dus Boeddha worden. Door de beoefening van dit boeddhisme (beoefening + studie + geloof), zetten we kennis om in wijsheid. We hoeven niet ver te kijken om te weten dat kennis zonder wijsheid geen betere wereld, waarin humanisme en vrede centraal moeten staan, tot stand brengt.

Het dagelijkse leven is de toepassing van een correcte boeddhistische beoefening. Deze helpt onze houding en reacties in elke situatie bepalen. Zo’n houding draagt bij tot het welzijn van onszelf en de mensen in onze omgeving.

Het boeddhisme spreekt van ‘3000 mogelijkheden in elk moment’ (Ichinen Sanzen) waarvan 10 levensstaten de basis vormen. Gewoonlijk worden we voortdurend heen en weer geslingerd tussen de zes lagere levensstaten: Hel (onbedwingbare razernij en drang tot zelfdestructie of totale vernietigingsdrang, die lijden tot gevolg heeft ), Honger (onverzadigbaarheid, ongelukkig om wat we niet hebben …), Dierlijkheid (jungle-wet, promotie ten koste van anderen, angsten, fobieën), Woede (agressiviteit, laster, nijd, jaloersheid, zelfzucht en neiging tot overheersen), Rust (neutrale momenten), (tijdelijk)Geluk (cadootje, goede relatie, goed nieuws …). De vier hogere levensstaten (ook de vier nobele paden genoemd) zijn: Leren en Realiseren (levensstaten die ook kunnen afbuigen naar egoïsme en hoogmoed), Bodhisattva (waarbij men niet meer alleen voor zichzelf leeft en erg medevoelend is), Boeddha (deze hoogste levensstaat wordt gekenmerkt door de diepe wens voor alle wezens goed te doen, door onbegrensde wijsheid waarmee diepgaand inzicht wordt verkregen in de werking van de Ware Wet die alle verschijnselen beheerst in verleden, heden en toekomst, en door een onverwoestbaar geluk)
Elk van de tien levensstaten bevat de negen andere. Op elk moment manifesteert zich één van de tien levensstaten terwijl de negen andere latent aanwezig zijn, om onmiddelijk aan de oppervlakte te komen. In de boeddhastaat zijn de lagere levensstaten ook aanwezig, maar omgezet.(bv de staat van honger wordt een onverzadigbare drang om te helpen).

Elk levensmoment is het resultaat van de som van elementen die voortkomen uit onze waarneming, beïnvloed door innerlijke factoren (hoe we denken, onze opvoeding, erfelijkheid, ervaringen, pijn, angst, vooroordelen etc) en uiterlijke factoren (slechte of goede tijdingen, confrontaties met anderen of met de omgeving waarin we soms gedwongen worden) en onze huidige levensstaat. Dit alles bepaalt hoe we op elk moment reageren en beslissingen nemen.

Het Boeddhisme van Nichiren Daishonin in de praktijk
Door de dagelijkse beoefening van het Boeddhisme van Nichiren Daishonin maken we ons geleidelijk los van de invloed van interne en externe factoren, en begrijpen we wat ons overkomt en waarom. Geleidelijk zullen we ons boven de zes lagere levensstaten kunnen handhaven.

Door de samenhang van alle dingen zal het verhogen van onze levensstaat tot gevolg hebben dat (1) we ons gelukkiger gaan voelen (2) de relaties met familie en anderen verbeteren (3) onze leefomgeving verbetert (4) onze werkomstandigheden verbeteren (5) we anderen beter begrijpen, met hen meeleven en hen kunnen helpen (6) we onze individuele mogelijkheden maximaal kunnen gebruiken. Zo kunnen we onze hoogste levensstaat meer en meer manifesteren.

Dit is niet altijd een gemakkelijke weg. De beoefening maakt veel los en het is zoals roeren in een glas water: wat op de bodem ligt komt naar boven. Het is een gelegenheid om door moeilijkheden te gaan en problemen op te lossen die je sowieso in je leven gaat ontmoeten en die nu af te werken. Boeddhisme is actie en een constante strijd tegen je eigen negatieve krachten. De boodschap is: nooit opgeven tegenover de fundamentele duisternis die alle middelen zoekt in jezelf, onder de vorm van twijfels en gemis aan zelfrespect of in de houding van anderen om je te stoppen in je beoefening.

Door actuele bewijzen in ons leven te zien verschijnen creëren we meer en meer vertrouwen in ons zelf. Bewustwording + vertrouwen doet angsten verdwijnen. We hebben ons leven in eigen handen.

Onze boeddhanatuur is als een klein plantje dat we water geven door de dagelijkse beoefening voor onszelf en de ander, en tot een majestueuze boom laten groeien, die niet ontworteld wordt door de orkanen die soms in ons leven opdagen. Vertrouwen hebben en doorgaan. Twijfels kunnen zijn als houtwormen. Maar ze kunnen ook leiden naar verlichting als we de twijfels uitdagen met studie en beoefening, gericht op een concreet doel.

De dagelijkse beoefening bestaat erin ‘s ochtends en ‘s avonds ‘gongyo’ en ‘daimoku’ te reciteren. Gongyo is het reciteren van een deel van het 2e hoofdstuk en van de versvorm van het 16e hoofdstuk van de Lotus Soetra. Daimoku is het herhalen van de titel van de Lotus Soetra, Myoho Renge Kyo, met het voorvoegsel ‘Nam’, dat toewijding betekent. We doen deze beoefening terwijl we voor de Gohonzon zitten. De Gohonzon is een papieren schriftrol waarop in het midden, vertikaal in Chinese karakters Nam Myoho Renge Kyo, Nichiren geschreven staat, zoals Nichiren Daishonin in de 13e eeuw de Dai Gohonzon optekende. Zolang we geen Gohonzon hebben, zitten we voor een neutrale muur. We houden hierbij onze ogen geopend.
Als we gongyo of daimoku gaan doen kunnen we ons inbeelden dat we ons in verbinding stellen met het netwerk van de universele Wet, Nam Myoho Renge Kyo, waarvan we zelf een incarnatie zijn, een levende manifestatie, deelnemend aan de oneindigheid van het bestaan. Zo kunnen we veel kracht, energie aftappen van de universele levenskracht. Terwijl we gongyo en daimoku reciteren, manifesteren we onze boeddhastaat.

We hoeven ons geen zorgen te maken als er op dat moment al eens negatieve gedachten door ons hoofd flitsen vanuit onze lagere staten. Hoe langer we ‘chanten’ in de tijd, hoe minder negatieve gedachten er opkomen. We ontspannen onze schouders en laten tijdens de meditatie de energie door ons lichaam stromen. We kunnen die ook richten naar een zwakke of zieke plek, of naar iemand die onze steun kan gebruiken. Nam Myoho Renge Kyo is de Wet en zoals Nichiren is elk van ons de persoon in eenheid met de Wet. Slecht karma wordt echter niet zomaar opgelost. We kunnen er niet aan ontkomen, maar we kunnen het omzetten. Dit betekent dat we het slechte karma naar boven halen om de gevolgen ervan onder een lichtere vorm te ondergaan en het te overwinnen. Dit doen we door sterke beslissingen te nemen en deze te ondersteunen met daimoku = het reciteren van Nam Myoho Renge Kyo. Zo maken we onze ‘menselijke revolutie’.

Onze levensstaat mag niet afhangen van een fysieke, materiële, financiële of relationele situatie. Als we iets willen bekomen, moeten we er in onze gebeden niet om smeken of boos worden op de Gohonzon of ontgoocheld zijn als het niet onmiddellijk gebeurt. De universele Wet is onpartijdig, wat wil zeggen dat er geen verpersoonlijking is. Goede oorzaken geven goede gevolgen en slechte oorzaken geven slechte gevolgen. Met een verkrampt hart zeuren en klagen over onze toestand, gestrest en ontevreden omdat we nog niet bekomen hebben wat we wensen, vormt een negatieve oorzaak die zich automatisch tegen onszelf keert en de weldaden, die we vanuit een verbeterde levensstaat kunnen bekomen, teniet doen of uitstellen.

Weg ook met het gevoel “waarom ik?” of “waarom ik niet?”. We moeten er toe komen blij te zijn om als mens geboren te zijn en dit Boeddhisme ontmoet te hebben, waardoor we ons karma kunnen veranderen. Laster, kwaadsprekerij vormt ook een zeer slechte oorzaak, en ook bij de ander steeds de fout leggen als er een conflict ontstaat. Wat er ook gebeurt is nooit een toeval. Als we ergens bij betrokken raken is er steeds een oorzaak die, al is ze heel ver weg, ook bij ons ligt. De fout ligt nooit alleen bij de ander. Door onze beoefening kunnen we de ander begrijpen vanuit een hogere levensstaat.

We moeten een doel stellen, zelfs een hoog doel, waarvan we normaal zouden denken dat het onmogelijk realiseerbaar is. Geen ‘wishful thinking’, maar een beslissing vanuit het diepste van ons wezen. Als het geen goede beslissing voor ons is, gaan we die toch ten gepaste tijde ombuigen. Door geloof, beoefening (voor onszelf en de ander) en studie van het Boeddhisme zal geleidelijk aan alles in ons leven zijn juiste bestemming vinden, als we maar met vertrouwen doorgaan. Beoefening is oefenen om goed te worden, net zoals in de sport, in de muziek, in talen of wat ook. Het correcte Boeddhisme is de universiteit van het leven.
Het Boeddhisme van Nichiren Daishonin is religie en filosofie.

Het is de religie van het humanisme, de religie ten dienste van de mens. In zijn uitleg over de hoofdstukken Hoben (2e) en Juryo (16e) van de Lotus Soetra,zegt president Ikeda dat men weldaden verkrijgt door de dagelijkse beoefening, zelfs als men de zin van de soetra nog niet begrijpt en er niet in gelooft, zoals een baby de moedermelk drinkt zonder er de samenstelling van te kennen. Ons geloof zal ontstaan en verdiepen van het ogenblik dat we ernstiger gaan studeren en ondervinden dat we er beter van worden.

Daisaku Ikeda is de derde president van de lekenorganisatie Soka Gakkai (Organisatie die waarden creëert door opvoeding en cultuur), die gesticht werd in 1930 door Tsunesaburo Makiguchi en vootgezet werd door Josei Toda. Alle drie hebben zij borg gestaan voor de zuiverheid van de leer. De Soka Gakkai International werkt als N.G.O. (Non Governemental Organisation) mee met de Verenigde Naties en ijvert voor de Rechten van de Mens, voor het eindigen van de wapenwedloop.
De Soka Gakkai International, gesticht in 1975, is nu vertegenwoordigd in 190 landen en telt meer dan 15 miljoen leden. Het uiteindelijke doel van de beoefening is het bereiken van verlichting in dit leven (en werken voor de volgende levens), d.w.z. een vreugdevol leven leiden tot onze dood, ondanks de moeilijkheden die op onze weg komen en ook aan anderen deze mogelijkheid te bieden. Zo dragen we bij tot het verwezenlijken van wereldvrede.

Guy Bae 4

Geloof volhouden

Studie GELOOF , volharden in geloof

Hoe Nichiren Boeddhistisch geloof vol te houden? Wat als er grote obstakels en moeilijkheden verschijnen? En waarom is het feitelijk moeilijk om geloof vol te houden?

Geloof komt neer op vertrouwen hebben in de Gohonzon, dus in onszelf en onze eigen Boeddhanatuur. Maar ook in de Boeddhanatuur van alles en iedereen rondom ons en in de Boeddhanatuur van het universum.

Er zijn twee situaties waarbij het soms heel moeilijk kan zijn, ons geloof te behouden, zelfs al was het aanvankelijk sterk.

Ten eerste, als onze gebeden onbeantwoord blijven.

Ten tweede, als we te maken krijgen met grote moeilijkheden en obstakels.

Uiteindelijk kan niemand die vermijden, want bv. ziekte, ouderdom en dood zijn nu eenmaal eigen aan ons menszijn.

Laten we even stilstaan bij het eerste geval. We chanten en we chanten veel, maar slagen er niet in onze determinaties te verwezenlijken. Stilaan kan de moed ons in de schoenen zinken en kan het voorkomen, dat ons geloof verslapt en we ongewild toch gaan twijfelen. Paul Samuels wijst er in zijn schitterende studie, “Prayer to the Gohonzon” in het Engelse tijdschrift ‘The Art of Living’1 op, dat de oorzaak hier vaak te zoeken is in een chanten tot de Gohonzon, alsof we chanten tot een macht buiten ons. We geloven dat daar een of andere kracht is buiten ons, die groter is dan onszelf, wat vanzelfsprekend een illusie is. Maar dit foute geloof verzwakt onze gebeden, die uiteindelijk niet beantwoord zullen worden. Nichiren Daishonin zegt dat zo’n houding niet-boeddhistisch is. Hij verwoordt het als volgt: “Als je denkt dat de Wet buiten jezelf is, omarm je niet de Mystieke Wet, naar een inferieure leerstelling.”2 Ook als we chanten zonder geloof, zullen we geen resultaten zien. Nichiren Daishonin schrijft zelf: “Of uw gebeden al dan niet beantwoord worden, hangt af van uw geloof.” Of nog: “Geloof dat zwak is, is zoals modderig water, maar resoluut geloof is als helder water”3

Het is dus belangrijk de wijsheid te ontwikkelen om ons te realiseren dat we zelf Boeddha zijn. Ook moeten we standvastig volhouden, overtuigd te blijven van onze eigen Boeddhanatuur. In essentie is iedereen immers een Boeddha. Wanneer we chanten zouden we daarenboven ook een inspanning moeten leveren, onze eigen Boeddhanatuur te laten samenvloeien met deze van de Gohonzon. Dan zullen we ontdekken dat een determinatie, gemaakt in het belang van Kosen Rufu, steeds gerealiseerd kan worden, hoewel het soms veel geduld, moed en uithoudingsvermogen kan vergen.

Een tweede situatie waarbij het niet steeds eenvoudig is, dit vertrouwen in onze eigen onbegrensde mogelijkheden te behouden, – dus dit geloof in onze boeddhanatuur, – is deze waarbij we grote obstakels moeten overwinnen. Hier is het belangrijk een geloof te hebben als stromend water ipv een geloof als vuur. Hiermee wordt standvastig, steeds verder stromend geloof bedoeld, ook in tijden van grote problemen. Niet een geloof dat even hoog opflakkert en vervolgens uitdooft als vuur. Hiervoor is een sterk, goed geworteld geloof noodzakelijk. Dit vergt vaak veel moed en volharding.

Sensei verwoordt het als volgt: “Wat is het dat chanten van Daimoku zo moeilijk maakt?” Hij antwoordt: “Om doorheen fundamentele duisternis te breken en te triomferen over duivelse functies, is het nodig Nam Myoho Renge Kyo te chanten met een sterk en grondig gesmeed geloof.” 4

Nichiren Daishonin heeft verschillende brieven, Gosho’s, gericht aan jonge vrouwen en vrouwen, die in moeilijkheden verkeerden. Steeds getuigt zijn schrijven van een sterk medeleven en maant hij hen – en dus ook ons – aan, het geloof te versterken.

Hier een paar voorbeelden:

In de Gosho ‘De Trommel aan de Poort van de Donder’ 5 richt Nichiren Daishonin zich tot de lekennon, Sennichi. Zij leeft op het eiland Sado, terwijl Nichiren op dat moment op de Berg Minobu verblijft, twee plaatsen die heel ver uit elkaar liggen. Sennichi heeft vroeger herhaaldelijk haar man erop uitgestuurd om Nichiren te bezoeken. Maar Nichiren wijst Sennichi op haar standvastig geloof in de Lotus Soetra, waardoor zij niet fysiek bij elkaar hoeven te zijn, om zich verenigd te voelen, maar sowieso sterk door het hart verenigd zijn. “Laat ons op een dag elkaar ontmoeten op de Adelaarstop, waar Boeddha Shakyamuni verblijft,” besluit Nichiren zijn brief. Op die manier moedigt hij haar aan, ook over de dood heen, als mentor en discipel samen te blijven.

De Gosho ‘De Trommel aan de Poort van de Donder’, schrijft Daisaku Ikeda, is als een groot schilderij, dat de uitwisseling van hart tot hart schetst, tussen mentor en leerling die gescheiden worden door een grote fysieke afstand.” 6 “Ons hart van geloof kan eender welke afstand overbruggen”, verduidelijkt Sensei. “Het hart van Sennichi heeft Nichiren bereikt op de Berg Minobu, hoewel ze geen voet buiten het eiland Sado heeft gezet. Nichiren zal aangevoeld hebben, dat ze treurig zou kunnen zijn, bij de gedachte dat ze hem tijdens haar leven nooit meer terug zou zien. Maar in onze boeddhistische praktijk is er geen plaats voor jammerklachten. Gebaseerd op het geloof in de Mystieke Wet, kunnen onze harten onmiddellijk eender welke afstand overbruggen.”7 Tot zover de woorden van Sensei.

Aan de zieke lekennon Toki schrijft Nichiren dan weer, in de Gosho ‘Over de Verlenging van iemands Levensspanne’, dat ze zich moet haasten om de schat van het geloof te accumuleren en vlug haar ziekte moet overwinnen. “Nu dat jij ook ziek bent gevallen, is het des te meer tijd voor jou om een standvastig geloof te vestigen in de Lotus Soetra [Nam Myoho Renge Kyo] en te zien wat het zal doen voor jou.”

Of nog: “Als je onwillig bent, inspanningen te maken om jezelf te genezen, zal het zeer moeilijk zijn je ziekte te behandelen. Eénenkele dag leven is van grotere waarde dan alle schatten van het grote wereldsysteem, dus moet je oprecht geloof oproepen.” Hij moedigt haar verder aan: “Je hebt nog steeds vele jaren voor je, en daarenboven heb je de Lotus Soetra ontmoet. Zelfs als je maar één dag langer leeft, kan je zoveel meer weldaden ophopen. Hoe echt waardevol is je leven!”8

Aan Myoishi-Ama die na de dood van haar man met twee ziekelijke kinderen achterblijft, schrijft Nichiren Daishonin: “Diegenen die in de Lotus Soetra geloven zijn als in winter, maar winter verandert altijd in lente.” En hij moedigt haar aan dat haar echtgenoot, die zijn leven gaf voor de Lotus Soetra, (ik citeer) “zijn vrouw en kinderen wellicht ieder ogenblik van dag en nacht in de hemelse spiegels van zon en maan gade slaat.”9

Ook in de Gosho ‘Hel is het Land van Rustig Licht’ richt Nichiren zich tot Ueno, wiens man gestorven is. Haar echtgenoot heeft haar geïntroduceerd tot de praktijk en Nichiren troost haar, door er haar op te wijzen dat haar man zeker en vast boeddhaschap heeft bereikt, net zoals zijzelf. Hij spoort haar aan ook haar eigen geloof te verdiepen.

Noch het Pure Land noch de hel bestaan buiten iemands zelf. Eénmaal hiertoe ontwaakt, wordt men Boeddha genoemd.”

De Daishonin gaat verder door Ueno te herinneren aan de dochter van de Drakenkoning, die in haar huidige gedaante Boeddhaschap bereikte. Hij schrijft: “Streef, na dit gehoord te hebben, nog ernstiger het geloof na. Iemand die nog grotere inspanningen levert in geloof, wanneer hij van de Lotus Soetra hoort, is een echte zoeker van de Weg.

T’ien T’ai zegt: “Van het indigo, een nog dieper blauw.” (…) De Lotus Soetra is zoals het indigo en de kracht van iemands beoefening is zoals het intens blauwer worden.”10 Nichiren Daishonin wijst Ueno er dan ook op, dat het niet nodig is zo over het overlijden van haar man te treuren.

Sensei bekommentarieet dat “de Lotus Soetra een leer is, van het veranderen van de plaats waar we nu zijn, in het Boeddhaland. Geloof in de Lotus Soetra, zegt Sensei betekent de uitdaging aan te gaan, juist dat te verwezenlijken.” 11 Nichiren wil dus duidelijk maken aan Ueno dat ze, dank zij haar geloof, niet hoeft te lijden, maar hier en nu Boeddhaschap kan bereiken.

We kunnen hier ons studiedeeltje over geloof beëindigen met twee uitspraken van Sensei:

Geloof in de Gohonzon, betekent geloven, dat de extreem hoge levensstaat die Nichiren manifesteerde, ook in ons eigen leven bestaat.

Dit betekent het, te volharden in geloof en beoefening als een volgeling van de Lotus Soetra.(…)”.

En nog: “Anderen aanmoedigen in geloof vereist een ernstige, totale inspanning.” 12

***

1Paul Samuel ‘Prayer to the Gohonzon’, Art of Living, nr. 120, June, 2011, Study in Practice, p. 29-32

2 Nichiren Daishonin ‘On attaining Buddhahood in this Lifetime’ WND-1 p.3

3Nichiren Daishonin ‘Reply to Nichigon-ama’ MWND-5, p.305

4 Daisaku Ikeda ‘Lectures on ‘On attaining Buddhahood in this Lifetime’ (Soka Gakkai Malaysia,2007) p.77

5Nichiren Daishonin ‘The Drum at the Gate of Thunder’, WND -1,949

6Daisaku Ikeda ‘Learning from the Writings The Hope-filled Teachings of Nichiren Daishonin, World Tribune Press 2009, p.3

7Ibid., p.12

8Nichiren Daishonin, WND vol.1, p.955

9Nichiren Daishonin, WNDvol.1, p.535-536

10Ibid, WND vol.1, p.456-457

11Daisaku Ikeda ‘Learning from the Writings The Hope-filled Teachings of Nichiren Daishonin, World Tribune Press 2009, p. 64

12Ibid, p.70-72

studie Lotus Soetra

Studie Lotus Soetra

uit: Daisaku Ikeda, “Lezingen over de Hoofdstukken ‘Geschikt Middel’ en ‘De Levensspanne van de Aldus Gekomene’ uit de Lotus Soetra”, World Tribune Press 2001

1. Gedachten vooraf

Indrukken van de levensstaat van mijn leermeester

Na de Tweede Wereldoorlog was er nog maar weinig over van de Soka Gakkai en president Toda begon lezingen te geven over de Lotus Soetra. In 1948 toen ik, Daisaku Ikeda, 21 was woonde ik de 7de cyclus lezingen bij. We waren met 50 tot 60 personen. President Toda sprak met een hartstochtelijke bezorgdheid voor de wereld en de mensheid. Hij maakte de dingen nooit bewust moeilijk of ingewikkeld, maar helder en duidelijk. Zijn lezingen onthulden een filosofie die haar wortels had in de Wet die tot in het oneindige universum doordringt. Ik voelde de zon in mijn hart opkomen en alles werd schitterend helder verlicht voor mijn ogen.

Toen iemand Toda vroeg wanneer hij dit allemaal had bestudeerd, antwoordde Toda in de gevangenis. “Ik reciteerde er oprecht Daimoku en studeerde”. (Toda was door de militaristische regering van Japan in oorlog in gevangenschap genomen, omdat hij het boeddhisme niet wilde afzweren ten gunste van de Shinto religie.)

De lezingen waren het product van de hoge levensstaat van president Toda die zich tijdens zijn verblijf in de gevangenis bewust was geworden van de essentie van het boeddhisme.

De Lotus Soetra van het Eerste, Middelste en Laatste Tijdperk van de Wet

Het woord boeddhisme doet velen in eerste instantie denken aan Boeddha Shakyamuni. Maar de vorm die aan de Lotus Soetra wordt gegeven, verschilt van tijdperk tot tijdperk.

1) de eerste Lotus Soetra is de leer van Shakyamuni die bestaat uit 28 hoofdstukken. De mensen tijdens het leven van Shakyamuni en tijdens het Eerste Tijdperk (van 500 jaar) vonden baat bij deze vorm

2) de Lotus Soetra van het Middelste Tijdperk van de Wet is de Maka Shikan (Diepe concentratie en inzicht) van T’ien-t’ai die de Lotus Soetra over China verspreidde

3) de derde vorm voor het Laatste Tijdperk is de Lotus Soetra van zeven karakters ‘Nam-myoho-renge-kyo’

4) in feite is er ook nog een vierde vorm: deze zoals verkondigd door bodhisattva Nooit Kleinerend (Fukyo), die simpelweg naar alle mensen vol respect boog en verklaarde dat zij allen Boeddha waren.

Maar in feite gaat het steeds om dezelfde Lotus Soetra. De vorm verschilt naargelang het tijdperk.

Wat hebben die verschillende vormen dan met elkaar gemeen? Dat is de kernboodschap, dat iedereen het vermogen heeft om een Boeddha te worden. “Het wezenlijke bestaat uit de vijf karakters Nam Myoho Renge Kyo”, schrijft Nichiren Daishonin (GZ 336).

Boeddhisme betekent aktie ondernemen

Iedereen kan een voorvechter van de Lotus Soetra worden, dwz iemand die als levenstaak op zich neemt mensen in staat te stellen hun moeilijkheden te overwinnen en een leven van absoluut geluk te leiden. Hiertoe is een diepgaande dialoog met elkaar nodig.

De voorspoed van het reciteren van de soetra

Het reciteren van Nam Myoho Renge Kyo wordt daimoku genoemd en is de hoofdbeoefening. De ondersteunende beoefening bestaat uit het lezen van de hoofdstukken ‘Geschikt middel’ en ‘Levensspanne’ van de Lotus Soetra.

De Daishonin schrijft: “Wanneer u deze woorden van de daimoku éénmaal reciteert, wordt de boeddhanatuur van alle levende wezens geaktiveerd en voegt deze zich bij u” (WND-I, 131). Ook leert hij dat één daimoku gelijk staat aan het lezen van de gehele soetra.

Uw stem die reciteert bereikt boeddha’s en boddhisattva’s

De Daishonin zegt verder ook: “Een baby kent het verschil tussen water en vuur niet, en ziet geen onderscheid tussen medicijn en vergif. Maar wanneer het melk drinkt, wordt zijn leven gevoed en verzorgd. (…) bij het horen van slechts een enkel karakter of een enkele zin uit de Lotus Soetra, kan men niet anders dan boeddhaschap bereiken.” (WND-I, 513)

Zoals een baby door de voedzame melk die hij drinkt vanzelf groeit, zal uw leven gaan stralen van onmetelijke voorspoed en geluk, wanneer u oprecht de Mystieke Wet reciteert met geloof in de gohonzon.

Een beoefening om nieuwe levenskracht op te doen

Gongyo doen en daimoku reciteren is een lofzang op de Boeddha en op Nam Myoho Renge Kyo, de fundamentele wet van het universum. Tegelijk prijzen we ook het eeuwig leven van het universum en de wereld van boeddhaschap in ons eigen leven.

Wanneer wij de gohonzon vereren, openen wij de deuren van onze microkosmos voor de macrokosmos en ervaren we een groots en sereen gevoel van geluk alsof we over het hele universum uitkijken. Vanuit het diepst van ons wezen putten we nieuwe levenskracht. Daarom is het belangrijk om iedere dag gongyo te doen in een goed ritme en in cadans, als een paard dat door de luchten heen galoppeert.

2. Aanschouw de zon van boeddhaschap in uw hart

Over het hoofdstuk ‘Geschikt middel’

Wanneer we de Lotus Soetra beoefenen, komt de zon direct op in ons hart, dat zich opent als een heldere hemel zo blauw als de lucht in de maand mei. Wij allen bezitten dan de vier kwaliteiten van de Boeddha: eeuwigheid, geluk, het ware zelf en zuiverheid. Iedereen bezit een zon in zijn of haar hart, maar slechts weinig mensen zijn zich daarvan bewust. Wanneer de vier kwaliteiten verschijnen, dan straalt de plek waar we ons bevinden als het land van het eeuwig serene licht.

‘U zelf bent een Boeddha’, ‘heb eerbied voor de zon van boeddhaschap in uw leven’ – dit is de kernleer van de Lotus Soetra, de boodschap van het hoofdstuk ‘Geschikt middel’. Shakyamuni leerde ons dat iedereen boeddhaschap in zich heeft, net als hij.

Het boeddhisme is de weg van grenzeloze zelfverbetering

Alle mensen kunnen in gelijke mate de levensstaat van de Boeddha ontwikkelen en het is de Lotus Soetra die hen daartoe in staat stelt.

Het hoofdstuk ‘Geschikt middel’ brengt een diepgaande vorm van humanistisch onderricht. Het boeddhisme gaat bij voorbaat uit van de grenzeloze capaciteiten van ieder individu. Wanneer de mensen zich van deze schat in hun eigen leven bewust worden, gaan zij die ook in anderen zien en zullen dan hun medemensen met respect bejegenen. Tegelijk doen zij uit eigen initiatief hun best om anderen ook hiervan bewust te maken. Door zulke inspanningen polijsten we de schat in ons eigen leven , wat het vertrouwen in onze aangeboren capaciteiten en waardigheid weer verder aanmoedigt. De boeddhistische beoefening is daarom het pad van grenzeloze zelfverbetering.

De kern van het hoofdstuk ‘Geschikt Middel’

De Boeddha onthult in dit deel van de Lotus Soetra dat de wijsheid van alle Boeddha’s niets anders is dan het vermogen om ‘het ware aspect van alle verschijnselen’ (shoho jisso) te begrijpen. ‘Het ware aspect van alle verschijnselen’ staat voor het beginsel dat alle mensen het vermogen in zich hebben een boeddha te worden.

Hoben(Geschikt middel),2de hoofdstuk van de Lotus Soetra, Myoho Renge Kyo

Niji seson. Ju sanmai. Anjo ni ki. Go sharihotsu. Sho but chi e. Jinjin muryo. Go chi e mon. Nange nannyu. Issai sho mon. Hyaku shi butsu. Sho fu no chi.

Dit was de tijd waarop de Door de Wereld Geëerde kalm uit zijn samadhi verrees en zich tot Shariputra richtte met de woorden: “De wijsheid van de boeddha’s is oneindig diep en onmetelijk groot. De poort die toegang tot deze wijsheid verschaft, is moeilijk om te begrijpen en moeilijk om binnen te gaan. Niet een van de stemhoorders of de pratyekaboeddha’s is in staat dit te bevatten.” (LS2, 23)

Eindelijk zal Shakyamuni de leer van de Lotus Soetra uiteenzetten.

President Toda legde het woord ‘Niji’, (‘dit was de tijd’) uit als het moment waarop de Boeddha ziet dat de mensen naar hem verlangen en hij dan verschijnt om zijn leer uiteen te zetten. Het is dus het moment waarop de Boeddha en de mensen elkaar ontmoeten.

Shakyamuni’s leerlingen zagen uit naar een grootse leer

‘Niji’ duidt op de tijd dat een Boeddha opstaat om de mensen naar verlichting te leiden, en de tijd waarop de leerlingen een doelbewuste zoekende geest hebben ontwikkeld naar de leer van de Boeddha. Het duidt op een diepe geestelijke eenheid tussen de leerlingen en de leermeester. Het is de tijd waarop de Boeddha de strijd aangaat om alle mensen in staat te stellen boeddhaschap te bereiken. Hij wil dus iedereen overtuigen van zijn/ haar eigen potentialiteit.

 Ons innerlijk besluit om nu de strijd aan te gaan, opent de weg vooruit

 ‘Deze tijd’ is er alleen op het moment dat wij voor de gohonzon reciteren en onze vastberadenheid tonen voor onze taak: het bereiken van ‘kosen rufu’ (wereldvrede op basis van boeddhisme). We moeten echt een beslissing nemen, daimoku reciteren en tot aktie overgaan. ‘Deze tijd’ duidt op het moment waarop wij ons leven in beweging zetten en diep in ons hart beslissen: nu sta ik op en vecht ik voor het geluk van iedereen, voor vrede, voor kosen rufu.

Dit is het wezen van het mystieke beginsel van de ware oorzaak (honnin-myo). Dit is het beginsel van ichinen sanzen. Het moment dat we uit eigen beweging besluiten om iets tot stand te brengen, dat moment is ‘deze tijd’, de tijd om je levenstaak te volbrengen.

Niji is dus de tijd wanneer we zelf tot aktie overgaan: dan verandert de omgeving.

De eeuwigheid van het leven

De eeuwigheid van het leven.

Het boeddhisme leert ons dat leven en dood twee aspecten zijn van het eeuwig leven. Dat eeuwige leven is ook oneindig. Wanneer we geboren worden gaan we binnen in de actieve fase van dat grote leven en wanneer we sterven gaan we in de latente fase van dat oneindige leven binnen.

Vaak vergelijkt men dat eeuwige en oneindig grote leven met een oceaan. De oceaan is het al, omvat alles en ons individuele leven kunnen we vergelijken met een golfje van die grote oceaan. Dat golfje verschijnt aan de oppervlakte, wanneer we geboren worden en duikt weer onder wanneer we sterven. Ik vergelijk het ook altijd graag met paddestoelen in een grote kring. Wanneer een paddestoel verdwijnt, denken we vaak dat die weg is, maar we vergeten dat er onder de grond ontelbare fijne draadjes zijn die alles met alles verbinden en waaruit nieuwe paddestoelen te voorschijn komen.

Natuurlijk is de dood van een geliefd persoon pijnlijk. Wij zijn menselijke wezens. Van anderen houden en hun vertrek betreuren is deel van onze menselijkheid en kan nooit worden ontkend. Maar we mogen niet uit het oog verliezen, dat ons leven veel groter is en veel meer omvat, dan alleen maar ons huidig bestaan. Er is een deel van onszelf en van iedere mens, dat eeuwig is en dat er altijd is geweest en zal zijn, dat begiftigd is met een grote mogelijkheid tot groei en verjonging, tot vreugde en medeleven, tot jeugd en goede gezondheid. Wij noemen het onze Boeddhanatuur en we geloven dat het geactiveerd wordt door het chanten van NMRK. Dat we eeuwig moeten bewegen tussen de manifeste en de latente staat van het bestaan (dus tussen leven en dood), is deel van de cyclus van het leven en de Boeddha-wijsheid die we verkrijgen door te chanten, stelt ons in staat dit onveranderlijke ritme van alle leven te aanvaarden. Een mens die het einde van zijn levenskracht in het huidige bestaan heeft bereikt, moet door een periode van rust en vernieuwing gaan, zoals een goede nachtrust, om vervolgens terug geboren te kunnen worden in een nieuw, fris leven.

Het is belangrijk dat we ook onze eigen dood onder ogen durven zien en beseffen dat we door goed te chanten pijn kunnen vermijden. We kunnen chanten, om zonder lijden en in de beste omstandigheden te sterven. En door het chanten gaan we ook beseffen dat bij onze dood ons leven niet inkrimpt, maar juist expandeert. Ons leven gaat bij de dood samenvloeien met het grote leven van het universum. Onze identiteit als kleine ik zal als zodanig niet terugkeren. Onze identiteit is het golfje en dat verdwijnt, maar het echte ik is zoveel groter. Het is opgebouwd uit het water van de onmetelijke oceaan en daar komt een nieuw golfje uit te voorschijn.

Wat kunnen we nu doen voor iemand die ons dierbaar is en overleden. We kunnen hem of haar Daimoku sturen. Nam Myoho Renge Kyo kan over de grens van leven en dood heen reiken. We kunnen de dode bereiken met ons chanten en zo energie naar die persoon sturen voor een snelle en goede wedergeboorte. We kunnen de dode dus als het ware vooruit en in de goede richting duwen. Niets is immers gescheiden van elkaar.

Ons leven houdt niet op daar waar onze huid ophoudt. De ruimte die we kunnen vullen met ons leven is onbegrensd, dus ook de ruimte voor al onze creatieve aktiviteiten is grenzeloos. Dit is een ruimte die we zouden moeten gebruiken! Het feit dat het leven eeuwig is, betekent niet dat we belangrijke aktiviteiten zouden moeten uitstellen tot ons volgende bestaan! Ons huidige leven is van onschatbare waarde en het is belangrijk het ten volle te leven en te blijven groeien en vooruitgaan. Er is altijd een deeltje van onszelf dat altijd jong blijft. Alles groeit en sterft nu eenmaal, maar zoals gezegd zijn geboorte en dood entiteiten van het eeuwige en oneindige leven. Het boeddhisme definieert leven en dood als myo en ho van Nam Myoho Renge Kyo. Myo staat voor de dood en Ho voor het leven. Beiden samen zijn ze verenigd in Myoho, dat is onze boeddhastaat. Vanuit onze boeddhastaat kunnen we het eeuwige leven doorgronden.

Prayer to the Gohonzon

Prayer to the Gohonzon

by Thames Vafley West Headquarters Men’s Division Leader Paul Samuels

The purpose of our prayers to the Gohonzon is to awaken ourselves to our own immense power and wisdom. This emerges from within us as great human qualities and is our true identity. Being cut-off from this deeper self is a source of pain. This was my experience in the seven years prior to practising Nichiren Daishonin’s Buddhism. From the ages of 19 to 261 was holding down good jobs and on the surface coping with life. However, as a ‘late developer’ I was suffering inside and increasingly felt isolated, lonely and closed down. Steve Biddulph encapsulates it very well in the opening paragraph to his book Manhood:
Most men today don’t have a life. What they have instead is an act. When a man is deeply unhappy, desperately worried, or utterly lonely or confused, he will often pretend the opposite, and so no one will know. Early in life little boys learn – from their parents, from school and from the big world outside – that they have to pretend. And most will do this for the rest of their lives. 3
My prayers to the Gohonzon have helped me break through that pretence and connect with myself at a much deeper level

                              

Breaking through our conditioned self

Our conditioning has defined how we view and experience our lives. It includes the influences of our upbringing, our parents and families, the communities and societies in which we’ve lived and the experiences we’ve had. We remember these events and experiences and then build stories around them that define who we are. SGI President Daisaku Ikeda commented that:
…we cling to the stories we tell ourselves about who we are; and we seek to expand these stories reinforcing our opinions and beliefs, our likes and dislikes, etc., as if protecting the core of our identity. We thus lose sight of the true self, which lies at a deeper level of consciousness, and remain ignorant of our true potential   4
The view we have of ourselves, when it’s not based on our Buddhahood, is an illusion. It’s like being in a prison cut off from the vastness of life. And we embrace our mistaken identities so deeply that they become our reality. Our life has unbelievable power and wisdom but we don’t trust ourselves and bring it out. Instead we look for validation outside ourselves.
In fact many people spend their entire lives seeking some kind of validation outside themselves  -through other people, through organisations, through their work, the media and so on.
What we need to do is validate ourselves in front of the Gohonzon.
Early in my practice of Buddhism I had a validating experience that was very important for me. I had been encouraged to always focus on the words Myoho of Nam-myoho-renge-kyo written down the centre of the Gohonzon and to exert myself so that I fused my Buddhahood with the Buddhahood embodied in the Gohonzon. 1 was chanting hard as I was about to moderate my first discussion meeting. As I was completing the daimoku target I had set myself it was as if the doors of my life were suddenly flung wide open. My life fused with Nam-myoho-renge-kyo in the universe and I experienced great waves of compassion surging through my life. For me it has become one of the touchstones I have returned to often throughout my life, reminding me that beyond doubt we all have this massive life within us.
A journalist once asked the great scientist and humanist Albert Einstein (1879-1955): ‘What in your opinion, is the most important question facing humanity today?’ Einstein thought for a bit then replied: ‘I think the most important question facing humanity is, “Is the universe a friendly place?” This is the first and most basic question all people must ask themselves.’ My experience taught me beyond a doubt that fundamentally, the universe is a friendly place. That the universe is compassion and the driving energy of the universe is moving all life towards its greatest fulfilment and realisation. Nam-myoho-renge-kyo is the sound . . of the compassionate energy of the universe and when we pray to the Gohonzon, our lives vibrate and are put in harmony with the whole universe.

Taking one hundred per cent responsibility for our lives
I have also learnt that when praying to the Gohonzon it’s vital to take one hundred per cent responsibility for our own life. It’s very easy to slip in to an attitude where our prayers are ‘outer-directed’. This is not surprising since, for many of us, we have been strongly influenced by belief systems which emphasise that there is some transcendent power that is above and beyond us – that the power is ‘out there’ and somehow as human beings we are flawed and in a subordinate position. Nichiren Daishonin says that such an attitude is non-Buddhist. He said, ‘If you think the Law is outside yourself, you are embracing not the Mystic Law but an inferior teaching.’ 5   When chanting, if in our minds we believe that something or someone ‘out there’ has more power than we do, which is a fiction, this can also dilute our prayers. To create the outcome that we want to see we have to take total responsibility and not to leave even the tiniest sliver to external forces. This means of course not complaining or blaming.
One particular challenge I had to face over ten years ago was when I believed my wife, BJ, was about to die. At the end of January 1999, BJ fell ill with pneumonia which worsened and she had to be rushed in to intensive care with a collapsed lung and was put on a life-support machine. She was under sedation and in intensive care for eight days. Sedation used in intensive care often creates strong delusional dreams and nightmares. When my wife was being brought out of sedation, unbeknown to me she was in the midst of one of these nightmares. So when I next saw her and she said she had decided to die and told me not to worry and said goodbye. I took it for reality.
I returned home that night in deep shock and was suffering intensely. I got in front of the Gohonzon and prayed with my entire life. As I was chanting I saw with absolute clarity how I had been blaming my wife and disrespecting her for what were actually my own weaknesses and lack of courage to fully take responsibility for my own life. In my heart I deeply apologised, I felt a huge weight lift from my shoulders and instantaneously experienced the power of my own Buddhahood. From my perspective I knew I had changed the situation and that my wife, without doubt, would recover (as she has!). Other significant changes followed that year including being offered a senior post in the Home Office. I believe what was critical in this experience was fusing with the Gohonzon to connect powerfully with my Buddhahood.

Fusing with the reality of our own lives
Ultimately we will start to see a dramatic shift in humanity as a new view of the human being emerges. In essence everyone is a Buddha. That is our reality. This true reality of our lives, our Buddhahood, starts to shine when we develop the wisdom to realise we are Buddhas. To awaken to our true selves. This is what is meant in Buddhism by the fusion of reality and wisdom. On the Gohonzon, on either side of Nam-myoho-renge-kyo, sit Shakyamuni Buddha and Many Treasures Buddha. Many Treasures represents reality and Shakyamuni, the wisdom to correctly recognise reality. The wisdom we’re talking about does not simply mean being smart, it is far more profound. This wisdom exists at a level so deep within us we cannot access it simply through our intellect, thought or imagination. When we chant we should make effort to deeply fuse our Buddha state with the Buddha state embodied in the Gohonzon.
The Sanskrit word Nam, as in Nam-myoho-renge-kyo, is translated as kimyo in Japanese. Kimyo means ‘to return to’. What we are trying to do every time we chant Nam-myoho-renge-kyo is return to the eternal truth or reality of our own lives. That is the reason that Nichiren Daishonin inscribed the Gohonzon.
All phenomena, everything throughout the universe, comprises both a material and spiritual aspect. Mia-lo, a Buddhist teacher in the eighth century, put it this way:
A plant, a tree, a pebble, a speck of dust – each has the Buddha nature, and each is endowed with cause and effect and with the function to manifest and the wisdom to realise its Buddha nature. 6
This doctrine, that anything can reveal Buddhahood, is incredibly exciting. It means that when we bring out Buddhahood within our own life, our environment simultaneously manifests Buddhahood as well.

Through our prayers to the Gohonzon we can continuously make fresh causes

It provides us with a deeper understanding of the Gohonzon. The principle that everything has a material and spiritual aspect means that the Gohonzon, which of course has a material aspect (it is parchment or paper) also has a spiritual aspect. But it is only through the power of our faith and practice that this spiritual aspect is activated and revealed.
This view of life also makes it clear that there is no spiritual power separate from or outside of our own lives. So if we are praying to the Gohonzon as if it’s a power outside of us. asking it to fulfil our desires, then we are again practising based on an incorrect view of life.
We can sometimes get caught up in thinking about solutions to our problems when we’re praying to the Gohonzon. At such times it’s useful to remember what the scientist Albert Einstein famously said:
‘You cannot solve a problem from the same consciousness that created it. You must learn to see the world anew.’ 7
Our conditioned self might tell us that there is no solution to our problem or deadlocked situation. But the fact is that when we use our prayers to awaken the vast wisdom in our lives, far more possibilities emerge than our conditioned self could ever envisage. President Ikeda wrote:
Everything depends on what is in our hearts. Heartfelt prayers will definitely be answered. If we decide that something is impossible, then, consistent with our minds in thinking so, even things possible will become impossible. On the other hand, if we have the confidence we can definitely do something, we are already one step closer to achieving it. 8

Living with hope
We’re living at a time of immense change and tumultuous events. At such a time what is needed most is hope q\s@ optimism. In his 1995 Peace Proposal, President Ikeda said: ‘Our future depends on whether or not we can muster hope to take advantage of opportunities as they present themselves.’ Through our prayers we can learn to develop hope and optimism that allows us to feel differently about ourselves and to respond to life positively. When we are able to bring forth hope from within our lives we can also give it to others. In an essay President Ikeda said:
Prayer is the courage to persevere. It is the struggle to overcome our own weakness and lack of confidence in ourselves. It is the act of impressing in the very depth of our being the conviction that we can change the situation without fail. Prayer is the way to destroy all fear. It is the way to banish sorrow, the way to light a torch of hope. It is the revolution that rewrites the scenario of our destiny.
Believe in yourself I Don’t sell yourself short! Devaluing yourself is contrary to Buddhism, because it denigrates the Buddha state within you.’ 9

The principle in Buddhism that gives me the greatest hope is that of ‘True Cause’. This teaches that each moment of life contains unlimited potential to take our life in a new. fresh direction. We just have to decide what we want to do and take complete ownership for making it happen, not dependent on anything or anyone. Through our prayers to the Gohonzon we can continuously make fresh causes. No matter what has happened to us in the past, no matter what our circumstances are now, by praying with a strong resolve we can create the best possible future for ourselves, society and the planet.
In his Lectures on ‘On Attaining Buddhahood in this Lifetime’, President Ikeda asks: ‘What is it that makes chanting of daimoku so difficult?’ And answers: ‘It is because breaking through fundamental darkness and triumphing over devilish functions requires Nam-myoho-renge-kyo to be chanted with strong, thoroughly forged faith.” 10 This darkness surfaces in our life as weakness, cowardice and many other negative qualities. When we talk about victories and winning, we are really talking about using our prayers to the Gohonzon to win over our own delusion and ignorance of life and revealing our Buddhahood.
At the deepest level, at every moment, a torrent of joy, freedom and compassion exists in our lives. Our negativity and darkness cuts us off from fully revealing this. There is nothing of greater value than strongly re-connecting with our Buddhahood and helping others to do the same. There is nothing that will bring us greater happiness and joy. At the same time through our prayers to the Gohonzon we will discover the deepest truths about our lives.

5 Nlchiren Daishonin ‘On Attaining Buddhahood in this Lifetime’ (WND-1, p. 3).
6 Quoted by Nichren Daishonin in The Object of Devotion for Observing the Mind’ (WND-1. p. 356)
7 Albert Einstein as quoted on Thirtexist.com.
8 Daisaku Ikeda, Learning from the Gosho (World Tribune Press. 1997) p. 129
9 SGI Newsletter No. 6232.1 November 2004.
10 Daisaku Ikeda. Lectures on ‘On Attaining Buddhohood in this Lifetime’ (Soka Gakkai Malaysia. 2007) p. 77.

Studie basisbegrippen. De eeuwigheid van het leven.

Studie basisbegrippen. De eeuwigheid van het leven.

Bron: Pat Allwright, “Basics of Buddhism”, Taplow Press 1998, blz.72-77

Als we er even over nadenkingen is onze subjectieve ervaring van het leven vaak dat het zonder begin of einde is. We herinneren ons ook onze geboorte niet en weten niet wat er zal gebeuren na onze dood. De eeuwigheid van het leven is evenwel een kwestie van geloof.

Rondom in de natuur zien we dat vele zaken cyclisch zijn, denk maar aan de seizoenen. Ook is het de mens die de rechte lijn met een duidelijk begin en einde heeft uitgevonden. Verder weten we ook door de wetenschap dat materie in feite niet verdwijnt, maar verandert in een andere vorm van energie.

Dus zowel onze eigen ervaring als de observatie van natuurlijke cycli, maken het logisch dat we veronderstellen dat het leven op een of andere manier verder gaat. Boeddhisme verklaart de continue cyclus van leven en dood door de eeuwigheid.

Voortdurend ervaren we fasen van leven en dood. Bv. wanneer we het ene ogenblik gelukkig zijn en het andere moment boos. We weten dat het geluk niet definitief verdwenen is, dat het terug zal keren. Toch kunnen we niet zeggen dat het bestaat als het er niet is. Zo gaat het met alles in de natuur: het komt en het gaat, het ene moment is het manifest en het volgende latent.

Deze staat van noch bestaan, noch niet-bestaan wordt ku genoemd.

De cyclus van de regen is een goede illustratie van de fasen van leven en dood. Nu eens regent het, dan zijn er stromen, rivieren, oceanen, maar het volgende moment is het water verdampt en verliest het tijdelijk zijn zichtbare gedaante. Het verdampte water heeft de potentialiteit (ku) om terug regen te worden, wanneer de omstandigheden gunstig zijn. Dit gaat voortdurend verder in een continue cyclus, net zoals leven en dood.

Deze leven-dood cyclus kan vergeleken worden met wakker zijn en slapen. De dood is net zoals de slaap noodzakelijk om onze energie te verfrissen. De dood bereidt ons dus voor op een nieuw leven met jonge energie.

Ons leven bestaat uit drie aspecten: lichaam, geest en entiteit. (Let wel het boeddhisme ontkent het bestaan van een ziel.) Bij de dood smelten deze drie aspecten samen met het universum. Het individuele leven kan niet meer onderscheiden worden van het universele leven. De individuele entiteit wordt herenigd met het universum.

Dit kunnen we vergelijken met een ijsberg. Het grootste deel van een ijsberg bevindt zich onder water. Het grootste potentieel van een mens blijft vaak ook verborgen. Als de ijsberg smelt vloeit hij samen met de oceaan. Wanneer de mens sterft smelt zowel het zichtbare als het onzichtbare deel van hem weg in het universum. De entiteit van het individuele leven gaat verder in de staat van ku, die bestaan en niet-bestaan transcendeert. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, zal de individuele identiteit vlug herboren worden. Net zoals bij de regen-cyclus herhaalt zich dit in een oneindig proces.

Hoe de wedergeboorte precies verloopt overstijgt het menselijk bevattingsvermogen. Zo weten we ook niet wat er gebeurt tijdens onze slaap. Vele zaken ivm het leven zijn bronnen van verwondering. Bv. hoe eenenkele cel de ingebouwde capaciteit van een ganse, volgroeide mens bezit. Dit gaat onze verbeelding te boven en toch gebeurt het dagelijks. Zo ook zijn leven en dood niet te vatten.

Nichiren Daishonin schrijft:

Leven kan bij het einde van een kalpa (lange tijdsspanne) niet verteerd worden door vuur, noch weggewassen door een vloedgolf. Het kan niet in stukken gesneden worden door een zwaard, noch doorboord met pijlen. Hoewel het kan passen in een mosterdzaadje, zet het zaadje niet uit, noch krimpt het leven in. Hoewel het de uitgestrektheid van de ruimte vult, is de ruimte niet te groot, noch het leven te klein.” (Gosho Zenshu, blz. 563)

We zijn geneigd te denken dat ons eigen leven zich beperkt binnen de grenzen van onze huid. Maar ons leven is groter dan ons fysiek lichaam. We zijn tegelijkertijd individueel en universeel. Op die manier bekeken wordt het aannemelijk dat we bij onze dood samensmelten met het universum en toch de zaden van onze individualiteit behouden.

Tijdens ons leven hebben we van moment tot moment de kracht tot verandering van onze levensconditie en dit is niet het geval wanneer we in de staat van ku zijn.

Vanaf het moment van de dood zijn uitwendige zaken zoals geld en macht niet meer belangrijk. Een persoon die een vervullend leven heeft geleid, kan met tevredenheid uitzien naar zijn volgende leven.

Onze dominante levensstaat blijft onveranderd wanneer we gestorven zijn en we worden herboren in diezelfde levensstaat.

Geloof in de eeuwigheid van het leven geeft ons perspectief en een gevoel van veiligheid. Wanneer we de eenheid van leven en dood ervaren, de eenheid van onszelf en het universum, dan voelen we ons kalm en gelukkig. Het leven wordt een bron van verwondering en vreugde. Enerzijds is het leven slechts een vluchtig moment, maar anderzijds is ieder moment op zichzelf de eeuwigheid. Onze echte menselijkheid uitdrukken en genieten van elk moment is echt geluk.

Daisaku Ikeda verwoordt het als volgt:

De cycli van leven en dood zijn te vergelijken met de afwisselende perioden van slapen en wakker zijn. We kunnen de dood begrijpen als een staat waarin we ons, net zoals tijdens de slaap, voorbereiden op de aktiviteiten van de volgende dag. We rusten en tanken bij voor een nieuw leven. In dit licht bekeken moet de dood niet beschimpt worden, maar net als het leven erkend worden als een te waarderen weldaad.”

(Daisaku Ikeda, A New Humanism,blz.153)

Welcome to the buddhist study center

Here we’ll post study texts about buddhist topics, mainly in Dutch. All translations are unofficial but well checked. It’s not the purpose to comment or react, but if you like more information about our buddhist lay organisation, and our practice, you can visit the website: http://www.sgi-bel.org/nl/

You’re also welcome to mail about this blog to SGIBel vzw (mainly for French): contact@sgibelgium.org

or for Flemish and English: <guy.baekelmans@telenet.be>  or:  <moniek.darge@logosfoundation.org>

Our buddhist center in Brussels is located:  Grisarstraat 46 te 1070 Brussel – 02/345.87.14

We do hope this site will be helpfull for you!